Posts tonen met het label CAV agrotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label CAV agrotheek. Alle posts tonen

maandag 6 augustus 2018

Groenbemesters als vanggewas voor vergroeningseisen.



Wanneer u in de gecombineerde opgave  percelen heeft opgegeven voor de teelt van een vanggewas in het kader van de vergroeningseisen, heeft u moeten aangeven in welke categorie u deze vanggewassen gaat telen. Hieronder een opsomming van belangrijkste voorwaarden per categorie:

Algemeen
•     Tijdens de 8 wekenperiode mag het vanggewas niet begraasd, gemaaid of geklepeld worden.
•     Vanggewassen na mais op zand- en lössgrond tellen niet mee
•     Vanggewassen na stikstofbindend EA-gewasmais op zand- en lössgrond tellen niet mee
•     Tenminste 75% van aanbevolen hoeveelheid zaaizaad

Categorie 1: Vanggewas na de Hoofdteelt!
Mengsel van minimaal 2 toegestane soorten!
Tenminste 75% van aanbevolen hoeveelheid zaaizaad
Zaai tussen 15 juli en 15 oktober.
Minimaal 8 weken op het land 
Bemesten is toegestaan
GBM is tijdens de 8 weken periode niet toegestaan

Categorie 2: Vanggewas als aaltjesbestrijding
Mengsel van minimaal 2 toegestane soorten!
Elk soort in het mengsel bestaat uit minimaal 3% van het aanwezige gewicht!
Tenminste 75% van aanbevolen hoeveelheid zaaizaad
Minimaal 8 weken op het land.
Bemesten is toegestaan
GBM is tijdens de 8 weken periode niet toegestaan

Categorie 3: Vanggewas als onderzaai van gras of stikstofbindend vanggewas
Geen mengsel noodzakelijk
Oogstdatum uiterlijk 15 oktober
Minimaal 8 weken op het land. (vanaf datum oogst hoofdgewas), of tot zaai/plant van volgende          hoofdteelt (bijvoorbeeld tulpen)
Bemesten is toegestaan
GBM is niet toegestaan  gedurende 8 weken vanaf oogst of tot zaai/plant van volgende hoofdteelt (bijvoorbeeld tulpen)

Overige voorwaarden:
Voor de 10 weken eis geldt de datum die u heeft opgegeven bij de gecombineerde opgave. Wilt u deze nog wijzigen, dan kan dat, echter niet met terug werkende kracht. Dan geldt de datum van de wijziging!
Het vanggewas telt mee bij de gebruiker die ook de hoofdteelt heeft opgegeven. Dus wanneer u grond heeft verhuurd voor tulpen, en daarna wordt een vanggewas gezaaid, dan telt het vanggewas mee bij de tulpenteler voor de vergroeningseisen. Zorg dan ook dat de tulpenteler de certificaten van het vanggewas in zijn bezit heeft en bewaard! De tulpenteler hoeft hier geen factuur van te bezitten of te bewaren, maar het is dan wel van belang dat diegene die het zaaizaad betaalt, het betreffende perceel ook weer bij RVO “mijn percelen” op naam heeft staan! Dus boek de percelen weer terug, nadat ze verhuurd zijn, bovendien kan diezelfde gebruiker dan ook de stikstofruimte voor dit vanggewas gebruiken. Omdat hier de vergroeningseisen en mestwetgeving door elkaar gaan lopen is het van belang om hier met elkaar duidelijke afspraken over te maken. Informeer eventueel bij ons naar de beste toepassingen.
Wanneer in de gecombineerde opgave nog wijzigingen wilt aanbrengen t.a.v. de categorie, dan kunt u dat doen tot en met 15 oktober zonder dat dat gevolgen heeft voor de eventuele uitbetalingen!

vrijdag 7 juli 2017

Fosfaatreductieplan 2017: Stand van zaken

Inmiddels is periode 2(mei-juni) geweest. In deze periode is de verplichte GVE reductie 10 procent toz van het totaal aantal GVE op 1 oktober 2016.
Het reductiepercentage is voor de derde periode(juli-augustus) van het fosfaatreductieplan 12 procent in plaats van de eerder voorgenomen 20 procent. Dit is het gevolg van de goede resultaten die tot op heden behaald zijn. Over periode 4 en 5 is nog geen zekerheid hoe hoog de reductiepercentages zullen zijn. Dit hangt af van de landelijke fosfaatproductie later in dit jaar.

Het jongveegetal

Het jongveegetal is van toepassing voor bedrijven die jongvee ouder dan 35 dagen afvoeren naar een bedrijf in Nederland(Nederlands UBN). Bedrijven die alleen kalveren afvoeren t/m een leeftijd van 35 dagen hoeven niet te rekenen met het jongveegetal. Deze bedrijven mogen alleen jongvee ouder dan 35 dagen afvoeren voor dood, slacht of export. Hierdoor is uitscharen niet mogelijk.

Tijdelijke afvoer (droge) koeien

De afvoer van ‘rundvee ten minste één keer gekalfd’ telt niet mee als reductie, indien deze afvoer na 28 april 2017 is/wordt gemeld in het I&R-systeem en binnen 4 maanden weer wordt aangevoerd. Hierdoor blijven uitgeschaarde droge koeien meetellen. Dit geldt ook voor droge koeien die tijdens de droogstandperiode op een ander bedrijf worden gehuisvest. In beide gevallen staan de droge koeien tijdelijk op een ander KvK-/BRS-nummer geregistreerd. Deze dieren tellen dus (alsnog) mee, ook in geval deze werkwijze reeds langer de praktijk is.

Uitscharen naar ‘eigen’ natuurterrein is geen afvoer


Droge koeien en jongvee die worden uitgeschaard naar natuurterrein, dat bij het bedrijf in gebruik is, worden niet afgevoerd van het bedrijf. Deze runderen blijven op hetzelfde UBN geregistreerd staan en blijven dus op het bedrijf meetellen. 

woensdag 3 december 2014

KIWA gekeurde Brandstofopslag



Vanaf 1 januari 2015 dient u op het bedrijf alleen nog Brandstof op te slaan in een brandstoftank die voldoet aan de KIWA-richtlijnen. Dit houdt onder andere in dat dit een dubbelwandige tank moet zijn, met diverse toepassingen om morsen, en lekken te voorkomen. Bovendien dient er een installatiecertificaat bij geleverd te worden.

donderdag 27 november 2014

Uitleg voor uw studieclub



Sinds enkele maanden zijn wij weer begonnen met presentaties over het nieuwe GLB bij studieclubs e.d. Daarnaast hebben wij in samenwerking met CAV Agrotheek uit Wieringerwerf ook twee zeer druk bezochte avonden mogen organiseren om iedereen uit te leggen hoe om te gaan met huur/verhuur, vergroening, en andere zaken die nu spelen. Gezien de aanvragen die wij krijgen, en grote aantallen bezoekers, zijn deze thema’s nu actueel, en voorzien wij in een behoefte. Mocht u ook een dergelijke avond willen organiseren, informeer dan tijdig naar de mogelijkheden!

eHerkenning voor de agrarisch ondernemer



Zoals wij in onze vorige Nieuwsbrief aangaven kunt in “mijn Dossier” bij RVO alleen met een eHerkenning inloggen. eHerkenning is een digitaal identificatiesysteem dat in de toekomst door alle overheidsinstanties gebruikt wordt in het zakelijke verkeer met ondernemers. U kunt een eHerkenning aanvragen bij één van de
aanbieders. U dient daarvoor ingeschreven te staan bij de Kamer van Koophandel. Dat laatste is overigens ook al noodzakelijk om in aanmerking te komen voor toekenning van betalingsrechten. Let er bij aanschaf van eHerkenning wel op dat het minimaal gaat om veiligheidsniveau EH2+. Wij kunnen deze aanvraag voor u verzorgen, en leggen u helder uit hoe u deze eHerkenning dient te activeren. Wilt u dat wij dit voor u verzorgen, stuurt u dan een mail naar a.zant@dedijken.nl

donderdag 14 augustus 2014

Ik verhuur grond in 2015, hoe regel ik dat met betalingsrechten?

Wanneer u grond verhuurt of uit gebruik geeft aan derden in 2015 dan heeft dat gevolgen voor de vaststelling van de nieuwe betalingsrechten, immers de standaard vuistregel is dat de gebruiker van de grond de nieuwe betalingsrechten krijgt toegewezen, mits hij uiteraard hiervoor in aanmerking komt! ( in dit schrijven gaan wij daar gemakshalve maar even vanuit!)

De gevolgen en mogelijkheden hiervan kun je eigenlijk opsplitsen in twee richtingen, waarbij je de vraag kunt stellen of de verhuurder van de grond zelf ook in aanmerking zou komen voor de betalingsrechten. Met andere woorden is de verhuurder Landbouwer of Particulier.

Wanneer de verhuurder een particulier betreft heeft deze bij beëindiging van de huurperiode twee opties:
  • De particuliere verhuurder verlangt van de huurder dat de betalingsrechten die op de verhuurde hectares zijn opgebouwd worden overgedragen naar een door de verhuurder aan te wijzen nieuwe huurder. Op deze manier houdt de verhuurder de grip op de betalingsrechten die op zijn grond zijn opgebouwd.
  • De particuliere verhuurder ziet af van elke aanspraak op de betalingsrechten die op zijn gronden zijn opgebouwd, en laat het verder aan de huuurder over! De rechten blijven dan in eigendom bij de huurder!
Bij beide opties gaat het alleen om de vraag, wat er moet gebeuren met de betalingsrechten die zijn opgebouwd op de verhuurde grond. Hierbij hebben we het dus nog niet over, hoe we omgaan met de betalingen die hier uit voort vloeien! Vaak zie je dat partijen daar wel een regeling voor weten te treffen.

Wanneer de verhuurder een landbouwer is en hij verhuurt grond aan een andere landbouwer in 2015, dan mist hij dus voor de komende jaren betalingsrechten. De verhuurder zal dus verlangen dat hij bij de beiindiging van de huurperiode van de huurder betalingsrechten krijgt overgedragen die op die grond zijn toe gewezen. Ook hierbij zijn twee opties:
  • Verhuurder en huurder komen overeen dat bij beiindiging van de huur de aan de huurder toegewezen betalingsrechten in eigendom worden overgedragen aan de verhuurder van de grond.Nadeel hierbij is dat dan ook de overgangsbetaling van de huurder, die is gekoppeld aa de basispremie naar de huurder gaat, en vervolgens weer verrekend moet gaan worden! Immers de overgangsbetaling is afkomstig uit historische toeslagrechten, en in dit geval van de huurder.
  • Verhuurder kan er ook voor kiezen om bij RVO aan te geven dat hij X aantal hectares heeft verhuurd aan huurder. RVO zal dan de toe te wijzen betalingsrechten bij de verhuurder in eigendom registreren, en vervolgens direct verhuren aan de huurder van de grond. Bij beëindiging van de huurperiode liggen dan de betalingsrechten bij de verhuurder, inclusief zijn eigen overgangsbetaling.
Ook bij bovenstaande opties hebben wij nog niet gesproken over hoe je omgaat met de basispremie en de vergroeningspremie. Ook daar zullen partijen afspraken over moeten maken.

Kortom, er zijn nog al wat keuzes waar vooral de verhuurder goed over na moet denken, en kiezen wat het beste bij hem past. In alle gevallen is het raadzaam om deze afspraken op papier vast te leggen! Immers, in dit geval zullen halve afspraken ongetwijfeld leiden  tot discussie.

De Dijken agrarische diensten heeft de kennis in huis om alle wenselijke afspraken op papier vast te leggen. Met onze kennis vanuit de agrarische makelaardij, en de know-how op het gebied van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, zijn wij in staat om het juiste advies te geven bij uw persoonlijke situatie!

dinsdag 28 januari 2014

Rekenmodel voor overgangspremie

Vanaf 15 mei 2015 vervallen uw huidige toeslagrechten, en krijgt u er nieuwe betalingsrechten voor in de plaats. Het aantal nieuwe betalingsrechten is gelijk aan de hectares landbouwgrond die u op 15 mei 2015 via de gecombineerde opgave opgeeft.
De waarde van deze betalingsrechten zullen bij benadering in 2019 een basispremie hebben van ca. € 270,- Hierbij gaan wij uit van het vastgestelde budget, voorgestelde budgetverdeling en hectares landbouwgrond in Nederland. Daar bovenop kunt u per betalingsrecht een vergroeningspremie verdienen. Maar daarover later meer!
In de periode vanaf 2015 naar 2019 gaat de waarde van uw betalingsrecht geleidelijk naar de € 270,- toe. Voor sommige bedrijven neemt de waarde van de basispremie geleidelijk toe, in andere gevallen neemt deze geleidelijk af. Dit is afhankelijk van de waarde van uw totale bedrijfstoeslag op 15 mei 2014.

Hoe deze toe,- of afname voor uw bedrijf er uit ziet, kunt u volgens onderstaande stappenplan berekenen:

Stap 1: Waarde Toeslagrechten 15 mei 2014
Stap 2: Stap 1 minus budgetverlaging 11% (= uitbetaling 2014)
Stap 3: Stap 2 minus budgetcorrectie 31% (= uitgangsbedrag)
Stap 4: Bepalen basispremie 2019 ( aantal ha. x € 270,-)
Stap 5: Uitkomst Stap 3 minus uitkomst Stap 4
Stap 6: Bedrag van Stap 5 delen door 5 jaar = Jaarlijkse verandering!

Vervolgens bestaat de uitbetaling van 2015 uit de uitkomst van Stap 3 minus de uitkomst van Stap 6
Voor de uitbetaling 2017 neemt u vervolgens de uitbetaling 2016 minus Stap 6
Zo gaat u ieder jaar verder totdat in 2019 de uitkomst gelijk is aan de uitkomst in Stap 4

Uiteraard is bovenstaande rekensom een een berekening van de totale bedrijftoeslag. Als u dit bedrag deelt door het aantal hectares/betalingsrechten in 2015, heeft u het bedrag van de basispremie per betalingsrecht.

Zoals gezegd kunt u per betalingsrecht bovenop de berekende basispremie ook een vergroeningspremie verdienen! Hiervoor moet u aan de vergroeningseisen voldoen! De hoogte van deze vergroeningspremie zal uiteindelijk in 2019 ca. 120,- per betalingsrecht bedragen. In de overgangsperiode bedraagt de vergroeningspremie ca. 45% van de basispremie! De vergroeningspremie is dus in de overgangsperiode ook afhankelijk van uw historische toeslagrechten op 15 mei 2014.
Het vergroten van uw huidige bedrijfstoeslag/toeslagrechten heeft dus invloed tijdens de overgangsperiode op de hoogte van uw basispremie, en dus ook vergroeningspremie !