Hoewel het nog geen najaar is, en de bemiddeling in LLB’s nog moet beginnen zijn wij toch voor relaties op zoek naar beschikbare LLB’s Informeer bij ons naar de mogelijkheden.
Posts tonen met het label percelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label percelen. Alle posts tonen
woensdag 1 augustus 2018
Te koop gevraagd LLB’s
Hoewel het nog geen najaar is, en de bemiddeling in LLB’s nog moet beginnen zijn wij toch voor relaties op zoek naar beschikbare LLB’s Informeer bij ons naar de mogelijkheden.
maandag 13 juni 2016
Pachtprijzen (fors) omhoog
Onlangs zijn
de regionormen en daarbij behorende veranderpercentages gepubliceerd. De nieuwe
normen gaan in per 1 juli 2016. De nieuwe pachtprijzen hebben betrekking op reguliere
pachtovereenkomsten langer dan 6 jaar!
De
pachtprijzen worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de bedrijfsopbrengsten.
De prijzen van 2016 zijn berekend over de bedrijfsopbrengsten 2010 t/m 2014.
Vooral in 2014 waren de resultaten in de melkveehouderij goed. De stijging is
dan ook het hoogst in de gebieden met voornamelijk melkveehouderij.
| Pachtprijsgebied | Regionorm (€/ha) | Veranderpercentage (%) |
| 2016 | 2016 | |
| Bouw- en grasland | ||
| Bouwhoek en Hogeland | 836 | 17 |
| Veenkoloniën en Oldambt | 806 | 17 |
| Noordelijk weidegebied | 901 | 22 |
| Oostelijk veehouderijgebied | 815 | 29 |
| Centraal veehouderijgebied | 756 | 22 |
| IJsselmeerpolders | 1.118 | -5 |
| Westelijk Holland | 775 | 17 |
| Waterland en Droogmakerijen | 527 | 34 |
| Hollands/Utrechts weidegebied | 1.043 | 27 |
| Rivierengebied | 986 | 18 |
| Zuidwestelijk akkerbouwgebied | 667 | -6 |
| Zuidwest Brabant | 816 | 11 |
| Zuidelijk veehouderijgebied | 901 | 20 |
| Zuid Limburg | 977 | 4 |
| Tuinland | ||
| Westelijk Holland | 2.652 | 11 |
| Rest van Nederland | 1.073 | 32 |
Gaat mijn pachtprijs altijd met dit percentage omhoog?
Nee, wanneer
de uitkomst van uw huidige pachtprijs vermenigvuldigd met het
veranderpercentage hoger wordt dan 110% of lager dan 90% van de regionorm, dan
wordt de pachtprijs 2015 bevroren, en is de pachtprijs 2015 dus ook de
pachtprijs van 2016. Dit geldt overigens alleen bij reguliere pachtovereenkomsten
die afgesloten zijn vóór 1 juli 2007.
Daarnaast is
in de Pachtwet geregeld dat een
pachtprijs nooit hoger mag zijn dan 2% van de vrije agrarische waarde van de
grond. Vermoedt u dat uw pachtprijs deze 2% gaat overstijgen dan kunt u bij de
Grondkamer een verzoek indienen tot het vaststellen van de hoogst toelaatbare
pachtprijs. Voordat u dat doet raden wij u echter aan eerst met uw verpachter
in gesprek te gaan. Wellicht komt u er samen uit, waarmee u zich een lange
procedure en hoge kosten bespaart!
Voor
specifieke vragen kunt u contact opnemen met onze pachtspecialisten!
vrijdag 11 december 2015
Laatste Wijzigingen in AmvB Grondgebondenheid
In
onze laatste nieuwsbrief hebben wij uitgebreid uitgelegd hoe u de regelgeving
Grondgebondenheid dient te berekenen. Deze regelgeving gaat in per 1 januari
2016 en bepaald hoeveel grond u onder u bedrijf dient te hebben bij de
aanwezigheid van de diercategorieën 100, 101 en 102. Als beginpunt berekend u
de productie en plaatsingsruimte van 2014. In eerste instantie moest deze
berekend worden met de normen van 2014, echter na half november is bekend
geworden dat u hiervoor de normen van het jaar mag gebruiken waarvoor u de
berekening maakt, dus 2016.
Dit
heeft als gevolg dat bijvoorbeeld het verkleinen van plaatsingsruimte door het
verlagen van de normen, deze niet met grond hoeft te worden gecompenseerd.
Voor
meer informatie kunt u terecht bij Arjan Zant 06-83179441 of Mad Koorn
06-53735942
Aanmelden voor verplichte Kringloopwijzer
Vanaf
1 januari 2016 zijn alle melkveehouderij bedrijven verplicht om mee te doen aan
de Kringloopwijzer. Deze verplichting vanuit de zuivelindustrie gold voor 2015
alleen voor bedrijven met een fosfaatreferentie > 0 kg, en dus voor 2016
voor alle bedrijven. De registratie van de Kringloopwijzer wordt door ZuivelNL
gefaciliteerd op de website www.dekringloopwijzer.nl
. In deze database worden gegevens van uw bedrijf samengebracht. Zoals; RVO, uw
grondonderzoeken, veevoeder en kunstmestleverancier. Alle gegevens moeten in de
database binnen zijn voor 1 maart. Heet u dus de verplichting van 2015 dan moet
alles geregistreerd zijn voor 1 maart 2016. Gaat u verplichting per 1 januari
2016 in, dan dient u de kringloopwijzer volledig ingevuld te hebben voor 1
maart 2017. Toch raden wij u aan om u zo spoedig mogelijk aan te melden op www.dekringloopwijzer.nl
vervolgens kunt u partijen machtigen om gegevens over uw bedrijf in de database
uit te wisselen. Wanneer u zich niet tijdig aanmeld voor de verplichte deelname
hanteert zuivelNL het principe dat u ook voor 2015 verplicht bent de
kringloopwijzer aan te leveren.
Een van de uitgangspunten
bij de Kringloopwijzer, maar ook voor het berekenen van de BEX is dat u de
beginvoorraad van uw ruwvoeders, krachtvoeders, melkpoeders en overige
producten per 1 januari 2016 in
beeld moet hebben. Dat betekent dat er van deze zaken erkende analyses
beschikbaar moeten zijn die geschikt zijn voor de BEX/Kringloopwijzer. Heeft u
uw voorraden, 1 januari 2016 aanwezig op uw bedrijf, nog niet laten analyseren?
Zorg dan dat u dat tijdig laat doen.
vrijdag 18 september 2015
Melkveehouderij: Blijf bij de feiten!!
In de media en tijdens de zonovergoten landbouw tentoonsteling
van Opmeer 3 augustus jl. is ons opgevallen dat
aankomende fosfaatrechten de gemoederen flink bezig houden. Referentiejaar
2014? Peildatum 2 juli 2015? Fosfaatrechten zullen een behoorlijke impact
hebben op de sector en op uw bedrijf, echter het is nu vooral een politieke
discussie, vooral over de invulling daarvan. Het is nu nog onduidelijk hoe dit
er voor elk bedrijf afzonderlijk uit gaan zien. Blijf daarom de komende maanden
bij de feiten en focus vooral op de twee vragen waar u dit najaar een antwoord
op moet hebben:
·
mestverwerkingsplicht
2015: Heeft mijn bedrijf nog een mestverwerkingsverplichting, en hoe vul ik
deze in?
·
Grondgebondenheid
vanaf 2016. Hoeveel hectare moet er in 2016 onder mijn bedrijf liggen, en
kan ik nog wel grond verhuren, of moet er grond bij, of juist de
melkveeproductie inperken??
Mestverwerkingsplicht 2015 in twee stappen te berekenen:
Stap 1: Van het bedrijfsoverschot fosfaat (
productie minus plaatsingsruimte) 2015
dient u een percentage te verwerken. Hoe hoog dit percentage is, is afhankelijk
van waar uw bedrijf gevestigd is. Het percentage is verdeeld in 3 regio’s:
-
Regio Zuid = 50%
-
Regio Oost = 30%
-
Regio Overig = 10%
Er
geldt een vrijstelling voor verwerking in de volgende situaties:
- biologische bedrijven;
- bedrijven met 90% fosfaatproductie op
stromest;
- bedrijven die regionaal(binnen 20
kilometer) hun volledige bedrijfsoverschot afzetten waarbij ze 75% van de totale productie kunnen plaatsen
op het eigen bedrijf;
- bedrijven waar de verwerkingsplicht na
berekening beneden de 100 kg fosfaat(ondergrens) ligt.
Stap 2: Melkveefosfaatoverschot in 2015 t.o.v. 2013
verplicht verwerken
Nieuw
in 2015 is dat u uw melkveefosfaatoverschot van 2015 t.o.v. van 2013 voor 100% dient te verwerken. Het betreft hier
alleen om het fosfaat afkomstig van de diersoorten
met code 100(melkkoe), code 101(jongvee < 1jaar) en code 102(jongvee >
1jaar).
Voor
een juiste berekening van uw totale verwerkingsplicht te kunnen maken dient u
onderstaande vragen te beantwoorden
Wat
is mijn bedrijfsoverschot in 2015?
Wat
is mijn melkveefosfaatoverschot in 2015?
Wat
is mijn melkveefosfaatreferentie?
De
Dijken agrarisch advies beschikt over eenvoudige berekeningen om voor u
inzichtelijk te maken of, en hoeveel u dient te verwerken. Vervolgens kunnen
wij u helpen deze verplichtinghoeveelheid in te vullen. Dit kan door afzet van het totale bedrijfsoverschot
in de regio, of door de mestverplichting af te kopen middels een Vervangende
Verwerkings Overeenkomst (VVO)
Indien een regionale mestverwerkingsovereenkomst (RMO) geen optie is dan is
een vervangende verwerkingsovereenkomst(VVO) het meest voor de hand liggend om
aan uw verwerkingsplicht te voldoen.
Grondgebondenheid vanaf 1 januari 2016
De AMvB Grondgebondenheid gaat in per 1 januari 2016
en beperkt de mogelijkheden om uitsluitend uit te breiden in combinatie met
100% mestverwerking. Een deel van de uitbreiding(stijging fosfaatproductie) zal
gepaard moeten gaan met uitbreiding van de hectares grond in gebruik(groei
plaatsingsruimte). Er zijn drie staffels opgesteld die aangeven welk percentage
van de uitbreiding verwerkt moet worden en voor welk percentage extra grond in
gebruik genomen moet worden.
|
Overschot kg fosfaat
per hectare
|
Mestverwerking
|
Extra grond in gebruik
|
|
< 20 kg
|
100%
|
0%
|
|
20 – 50 kg
|
75%
|
25%
|
|
> 50 kg
|
50%
|
50%
|
Indien
er sprake is van een bedrijfsoverschot komt u afhankelijk van de hoogte van het
bedrijfsoverschot in kg fosfaat per hectare, met uw bedrijf in een bepaalde
staffel terecht. Zie de tabel hierboven. De tabel maakt duidelijk dat des te
intensiever het melkveebedrijf, des te hoger het percentage aan extra te
verwerven grond is om de uitbreiding in fosfaatproductie te mogen realiseren en
des te lager het percentage van mest die verwerkt mag worden.
De
fosfaatproductie van 2014 geldt als referentie. Produceert uw bedrijf in 2016
dus meer fosfaat en/of is de
plaatsingsruimte gedaald ten opzichte van 2014 (minder hectares, en/of lagere
fosfaatnormen per hectare) en komt u daardoor uit op een overschot > 20 kg
fosfaat, dan dient u rekening te houden met de AMvB.
Heeft
u voor 2016 een bepaalde hoeveelheid productie voor ogen dan is het van belang
dat u exact weet hoeveel hectare grond daar bij hoort, en u dus dient op te
geven bij de gecombineerde opgave van 2016. Achteraf plaatsingsruimte
corrigeren na 15 mei 2016 kan dus niet!
De
AmvB Grondgebondenheid heeft dus vergaande gevolgen voor uw grondgebruik vanaf
2016 inclusief uw gebruikelijke huur en verhuur van grond! Weet dus waar u
staat, en laat u niet verassen!
Voor
het niet (volledig) voldoen en verantwoorden van het bedrijfsoverschot fosfaat
staat in de verordening een sanctie van € 11,- per kg Fosfaat
Wat kunnen wij u bieden?
·
Berekenen van
de verwerkingsplicht 2015
·
Bemiddeling
in VVO’s met bijbehorende administratieve afhandeling tussen overdrager –
overnemer en digitale registratie bij het RVO
·
Een antwoord
op de vraag hoeveel grond dient u feitelijk in 2016 in gebruik te hebben, en of er
ruimte is om eventueel hectares te verhuren, bijvoorbeeld bloembollen,
aardappelen, of groenten.
·
Desgewenst
bemiddeling in grondgebruik!
Coen Knook 06-13553970
Arjan Zant 06-83179441
Mad Koorn 06-53735942
dinsdag 11 augustus 2015
Vergroening middels vanggewas
Agrariërs
die (een gedeelte) de vergroeningseisen willen invullen middels een vanggewas
hebben dit tijdens de gecombineerde opgave (GO) moeten opgeven. Tijdens de GO werd
er vervolgens gevraagd op welk perceel dit vanggewas komt te staan, welke
groenbemester als hoofdbestanddeel wordt gebruikt, en welke “uiterste”
zaaidatum wordt gehanteerd.
Nu er volop
geoogst wordt en het inzaaien van de groenbemesters in beeld komt, blijkt in
sommige gevallen de praktijk niet overeen te komen met wat is opgegeven. In
tegenstelling tot eerdere berichtgeving van RVO is het verstandig sommige
wijzigingen wel doorgegeven in de GO!
Zaaidatum en 10-weken eis: Tijdens de
GO werd er gevraagd naar de “uiterste” inzaaidatum van de groenbemester. Toen
is vaak de voor ingevulde datum van 30 september blijven staan. Zoals nu blijkt
zal bij controle, RVO deze datum hanteren voor de 10-weken eis, dat betekent
dat een EA-groenbemester niet mag worden vernietigd/vervoederd voor 10
december. In veel gevallen zal de feitelijk zaaidatum voor 30 september liggen
en heeft u dit geregistreerd in uw eigen administratie. Desondanks zal RVO toch
uitgaan van de geregistreerde zaaidatum in de GO. Vooral op de zwaardere
gronden die tijdig worden geploegd kan dit bij controle problemen geven. In
deze gevallen adviseren wij toch om de geregistreerde zaaidatum bij de GO te
wijzigen in de feitelijke zaaidatum. Dit kan tot 28 augustus, en heeft verder
geen gevolgen voor de uitbetaling van betalingsrechten. Wijzigingen indienen na
28 augustus kan echter alleen nog op papier!
Welke groenbemester: Ook heeft u
tijdens de GO moeten aangeven welke groenbemester er als hoofdbestanddeel wordt
gebruikt. Uiteraard zal in de praktijk hier nog al eens in gewisseld worden.
Wanneer de feitelijke hoofdbestanddeel anders is dan in de GO is opgegeven, dan
hoeft dit niet te worden doorgegeven, u dient u dit wel te verantwoorden
in uw eigen administratie. Bewaart u dan ook de certificaten van het zaaizaad.
Voor EA-vanggewas is een verplichting dat deze groenbemester moet bestaan uit
een mengsel van ten minste twee toegestane groenbemesters. In de verordening
staat echter niets over de mengverhouding bij EA-vanggewas in categorie 1 en 2.
Voor categorie 3 (vanggewas in het kader van aaltjes bestrijding) geldt een
mengverhouding van minimaal 3% voor het tweede bestanddeel zaaizaad.
Veranderen van Perceel:
Ook heeft u
tijdens de GO aan moeten geven op welke percelen u de EA-vanggewassen gaat zaaien.
Vaak zijn er meer percelen opgegeven dan volgens de EA-verplichting moet! Dit
om enigszins flexibel te kunnen zijn. Er hoeft niet te worden
doorgegeven op welk perceel uiteindelijk het EA-vanggewas is gezaaid. Echter
het zaaien van een EA-vanggewas op een perceel dat bij de GO niet is opgegeven
wordt niet voor de vergroening geaccepteerd. Dus dit kan helaas niet meer
worden gewijzigd.
Rekensommetje: Hoeveel EA-vanggewas
moet er worden gezaaid? U gaat daarbij uit van het aantal hectares bouwland
(ook tijdelijk grasland) minus het blijvend grasland wat u heeft opgegeven op
de GO. U dient daar 5% van te vergroenen. Doet u dit enkel met een EA-vanggewas
dan rekent u voor dit vanggewas met een factor 0,3
Voorbeeld:
55 hectare
bouwland maal 5% = 2,75 hectare maal factor 0,3 = 9,17 hectare EA-vanggewas.
Abonneren op:
Posts (Atom)