Posts tonen met het label eherkenning. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eherkenning. Alle posts tonen

vrijdag 3 augustus 2018

Uitrijden Drijfmest tot 1 september.


Op grasland en op bouwland, mits er direct een groenbemester wordt gezaaid mag u tot 1 september nog een Drijfmest uitrijden. Tenminste….  ten tijde van dit schrijven is door LTO en de Varkenssector een uitstel aangevraagd bij de minister met 2 weken, als gevolg van de droge tijd.
Of het 1 september of 15 september wordt, in alle gevallen is het belangrijk dat u weet wat uw beschikbare ruimte is. Door de natte omstandigheden in het voorjaar en de droogte in de zomer, zien wij dat de toegepaste kunstmest giften nog wel eens afwijken van voorgaande jaren, wat direct invloed heeft op beschikbare mestruimte.
Ons nieuwe berekeningsprogramma kan vanaf dit jaar een koppeling leggen met RVO en met uw grondmonsterlaboratorium, waardoor wij de ruimte tot achter de komma nauwkeurig kunnen berekenen.

Kortom, weet wat u doet en zet uw bemestingsruimte maximaal in.

maandag 6 februari 2017

Kortingensystematiek Vergroeningseisen



De beoordeling van de vergroeningseisen wordt voor 50% bepaald door de 3-gewasseneis en voor 50% door de invulling van Ecologische Aandachtsgebieden. Wanneer u dus in het geheel niet voldoet aan de 3-gewasseneis maar wel aan de EA-verplichting, dan wordt u maximaal 50% op uw vergroeningspremie gekort! Wanneer die situatie zich drie jaar achtereen herhaalt dan vervalt uw gehele vergroeningspremie.
Wanneer u niet volledig aan één van de eisen voldoet, dan wordt er berekend hoeveel hectares/betalingsrechten niet ingevuld zijn met vergroeningseisen. Over die hectares krijgt u de gemiddelde waarde van de vergroeningspremie niet uitbetaald. Vanaf 2017 geldt dat er aanvullende kortingen toegepast zullen worden wanneer uw gerealiseerde vergroeningseisen meer dan 3% afwijken van wat u verplicht bent. De hierbij te hanteren systematiek is zeer complex en het voert te ver om dit in een Nieuwsbrief volledig op te nemen. Houdt u er wel rekening mee dat wanneer u niet voldoet aan de vergroeningseisen, dit niet alleen invloed heeft op de uitbetaling van uw eigen betalingsrechten, maar ook op de betalingsrechten die u eventueel heeft gehuurd.

maandag 5 september 2016

Machtigingen en E-herkenning


Veel ondernemers laten hun RVO-zaken behartigen door een adviesorganisatie als de onze. In veel gevallen is er vóór 1 januari 2015 middels gebruikscode en wachtwoord een machtiging afgegeven richting deze adviesorganisatie, dit veelal voor enkele jaren. Voor hen was er tot op heden (nog) geen noodzaak om een E-herkenning aan te vragen ( E-herkenning = nieuwe inlogmethode)
Wij merken nu dat veel machtigingen uit het verleden met het verstrijken van de ‘einddatum’ beginnen te vervallen. Een nieuwe machtiging kan alleen aangemaakt worden wanneer de klant met een eigen E-herkenning inlogt.

Mocht u nog geen E-herkenning hebben, dan is het nu verstandig om deze toch aan te vragen. Hiervoor zijn verschillende aanbieders in de markt!
Wanneer u hierbij hulp nodig hebt, kunt u contact met ons opnemen.

Coen Knook: 06-13553970 en Arjan Zant: 06-83179441.

vrijdag 19 februari 2016

Nog geen vaststelling en/of betaling ontvangen van Betalingsrechten?


RVO geeft aan 80% van de agrarische bedrijven een volledige of gedeeltelijke betaling vanuit de nieuwe betalingsrechten te hebben gedaan. In sommige gebieden wordt dit percentage bij lange na nog niet gehaald. Wat is hier aan de hand?

Vergroeningspremie

Bedrijven die een voorschot of een eerste betaling hebben ontvangen in december of januari, missen op dit moment vaak nog de vergroeningspremie. Deze vergroeningspremie zal worden uitbetaalt als het bedrijf is gecontroleerd op de vergroeningseisen. De uiteindelijke totalen vergroeningspremie zal 43,31% bedragen van de Basisbetaling.  RVO geeft aan hier in februari druk mee te zijn en zal na afronding van deze controle de restant betaling ook gaan overmaken. U ontvangt dan ook een beschikking uitbetaling 2015. U heeft vervolgens 6 weken de tijd om eventueel bezwaar tegen te maken.

Private overeenkomsten.

Er zijn ook bedrijven die een eerste betaling hebben ontvangen, welke vervolgens nauwelijks te herleiden is hoe deze is opgebouwd, Daarnaast zien wij bedrijven die nog niets hebben ontvangen.

Veelal gaat het hier om bedrijven die tijdens de gecombineerde opgave 2015 percelen hebben opgegeven waarbij een Private overeenkomst van toepassing is! Wil RVO de Betalingsrechten en uitbetaling van het ene bedrijf kunnen berekenen, zal ook de betalingsrechten en uitbetaling van het bedrijf berekend moeten zijn, waar een Private overeenkomst mee is afgesloten. Als dat bedrijf op zijn beurt ook Private overeenkomsten heeft afgesloten met andere partijen, kunt u zich voorstellen dat dit vervolgens complex begint te worden.

Omdat wij ook constateren dat er mondjes maat in dit soort situaties vaststellingen en betalingen binnendruppelen, informeren wij regelmatig bij RVO naar de stand van zaken. Onze indruk hierbij is dat het nog wel enige tijd kan duren voordat alle bedrijven in dit soort situaties zijn afgerond.

Mocht u in de private overeenkomst met elkaar hebben afgesproken dat de uitbetaling van gehuurde/verhuurde rechten met elkaar zal worden verrekend, dan adviseren wij daarmee te wachten totdat de beschikking uitbetaling 2015 is ontvangen.

Aanvraag betalingsrechten uit Nationale reserve door jongen landbouwers.

Een categorie die ook nog geen of gedeelte betaling heeft ontvangen zijn de bedrijven die een aanvraag gedaan hebben vanuit de Nationale Reserve vanuit de jonge landbouwerregeling. Bij deze bedrijven vinden ook extra controles plaats, en vooral in het kader van voldoende zeggenschap! Wanneer een dergelijk bedrijf vervolgens ook in 2015 private overeenkomsten heeft afgesloten, lijkt een vlotte afwikkeling en volledige betaling nog wel even te duren.

Dat de betalingen van betalingsrechten door veel bedrijven nog niet of niet volledig is ontvangen is vervelend voor de liquiditeit van uw bedrijf. RVO geeft aan dat zij wettelijk verplicht zijn om alle betalingen voor 30 juni af te moeten ronden.

Bijkomend nadeel is dat bedrijven die in 2015 een Private overeenkomst hebben afgesloten, in 2016 veelal ook weer land gaan verhuren, en bijbehorende betalingsrechten. Het overdragen (verhuren) van deze betalingsrechten is pas mogelijk als u de beschikking vaststelling betalingsrechten heeft ontvangen. De overdracht dient uiterlijk 15 mei 2016 worden doorgegeven bij RVO. Hoe hier mee om te gaan beschrijven wij in ons artikel "voorbereiding Gecombineerde opgave 2016".

 

Betalingsrechtenapp.nl


Wanneer u in 2016 minder grond heeft dan in 2015 door bijvoorbeeld einde pacht of verkoop van grond, dan heeft u waarschijnlijk meer betalingsrechten dan u jaarlijks kunt laten uitbetalen. Wanneer u er grond bij heeft verkregen waar geen betalingsrechten bij zitten, kan het interessant zijn om rechten te kopen c.q. verkopen, Hoe wordt dan een verkoopprijs bepaald?

Voorheen bij Toeslagrechten bepaalde de markt een aan- en verkoopfactor. Bijvoorbeeld factor 2.5. Je betaalde dan 2,5 maal de nominale waarde van een toeslagrecht.

Bij Betalingsrechten ligt dat wat complexer, omdat de nominale waarde van een betalingsrecht de komende 5 jaar sterk wijzigt, en bij ieder betalingsrecht ook nog eens anders is. In een betalingsrecht zit namelijk een opbouw van de “standaard” basispremie, en een afbouw van de overgangsbetaling. Als je hier vervolgens een factor op los laat, komen er verschillende uitkomsten uit.

Hoe dan wel…
De enige juiste benadering is door uit te rekenen wat een betalingsrecht maximaal kan uitbetalen tot en met 2020. Tot en met 2020 is het budget voor uitbetaling namelijk vast gesteld, en zijn alle budgetkortingen bekend. Dit is ook terug te vinden op de beschikking van uw vastgestelde betalingsrechten van RVO.

Als we de totale basispremie, en de maximaal te verdienen vergroeningspremie tot en met 2020 hebben berekend kunnen we vervolgens een aan- en verkoop bedrag bepalen. Dit is dan uiteraard wel afhankelijk van vraag en aanbod.

De Dijken Productierechten BV heeft een eenvoudige tool ontwikkeld om deze berekening in een handomdraai te maken. U heeft hier alleen de waarde van uw betalingsrechten 2015 volgens beschikking RVO voor nodig!
Onze tool kunt u vinden op www.betalingsrechtenapp.nl en is binnenkort ook verkrijgbaar in de app-store en Google-Play.
Nieuw is dat Betalingsrechten ook zonder grond kunnen worden verhuurd!, dit kan dan ook voor meerdere jaren.
Uiteraard bemiddeld De Dijken Productierechten BV in betalingsrechten. Informeer naar de mogelijkheden.

 

woensdag 14 oktober 2015

Is in 2016 bij verhuur van grond ook een Private overeenkomst nodig?


In 2015 zijn er bij huur en verhuur van percelen veel private overeenkomsten afgesloten. Het doel van een private overeenkomst was om de nieuwe betalingsrechten in eigendom te laten vaststellen bij de verhuurder van de grond, en vervolgens deze rechten direct door middel van verhuur te laten uitbetalen aan de huurder van de grond. Omdat de huur van percelen vaak eenmalig is, heeft RVO er voor gekozen om alle verhuurde betalingsrechten aan het einde van het jaar automatisch weer terug te boeken naar de verhuurder!
Met ander woorden:  Aan het einde van de huurperiode heeft iedere partij weer zijn eigen grond en eigen betalingsrechten!

Gaat u in 2016 weer grond verhuren, dan dient u er vóór 31 maart 2016 zelf voor te zorgen dat u een gelijk aantal betalingsrechten overdraagt “in verhuur” aan de huurder van uw grond. Draagt u de rechten niet over, of  vergeet u dit, dan heeft uzelf bij verhuur van grond in 2016 te kort grond om al uw betalingsrechten te laten uitbetalen.

Omdat u in 2016 de verhuur van uw betalingsrechten dus zelf moet regelen, is een private overeenkomst niet meer nodig. Wel wordt er geadviseerd om de onderlinge afspraken toch op papier te zetten. Denk hierbij aan zaken als: Wie draagt de rechten over? Wanneer en hoe komen de rechten weer terug? Hoe wordt de uitbetaling van deze rechten verrekend? Wat te doen met de uitbetaling van de vergroeningspremie? Wat te doen als er onverhoopt geen uitbetaling komt?
Te veel vagen, en te grote belangen om dit uitsluitend mondeling te regelen. Leg het daarom schriftelijk vast!

De Dijken Advies zet, evenals in voorgaande jaren, deze afspraken weer duidelijk op papier! In samenspraak met u bepalen wij de vorm van de overeenkomst, afspraken over basispremie en vergroeningspremie, en eventuele andere onderdelen die u ook graag vastgelegd wilt hebben.
Bovendien archiveren wij alle overeenkomsten, zodat u altijd bij ons te raden kunt, hoe een en ander ook alweer afgesproken was!

Neemt u vrijblijvend contact met ons op!
Coen Knook 06-13553970

dinsdag 11 augustus 2015

Vergroening middels vanggewas



Agrariërs die (een gedeelte) de vergroeningseisen willen invullen middels een vanggewas hebben dit tijdens de gecombineerde opgave (GO) moeten opgeven. Tijdens de GO werd er vervolgens gevraagd op welk perceel dit vanggewas komt te staan, welke groenbemester als hoofdbestanddeel wordt gebruikt, en welke “uiterste” zaaidatum wordt gehanteerd.
Nu er volop geoogst wordt en het inzaaien van de groenbemesters in beeld komt, blijkt in sommige gevallen de praktijk niet overeen te komen met wat is opgegeven. In tegenstelling tot eerdere berichtgeving van RVO is het verstandig sommige wijzigingen wel doorgegeven in de GO!

Zaaidatum en 10-weken eis: Tijdens de GO werd er gevraagd naar de “uiterste” inzaaidatum van de groenbemester. Toen is vaak de voor ingevulde datum van 30 september blijven staan. Zoals nu blijkt zal bij controle, RVO deze datum hanteren voor de 10-weken eis, dat betekent dat een EA-groenbemester niet mag worden vernietigd/vervoederd voor 10 december. In veel gevallen zal de feitelijk zaaidatum voor 30 september liggen en heeft u dit geregistreerd in uw eigen administratie. Desondanks zal RVO toch uitgaan van de geregistreerde zaaidatum in de GO. Vooral op de zwaardere gronden die tijdig worden geploegd kan dit bij controle problemen geven. In deze gevallen adviseren wij toch om de geregistreerde zaaidatum bij de GO te wijzigen in de feitelijke zaaidatum. Dit kan tot 28 augustus, en heeft verder geen gevolgen voor de uitbetaling van betalingsrechten. Wijzigingen indienen na 28 augustus kan echter alleen nog op papier!

Welke groenbemester: Ook heeft u tijdens de GO moeten aangeven welke groenbemester er als hoofdbestanddeel wordt gebruikt. Uiteraard zal in de praktijk hier nog al eens in gewisseld worden. Wanneer de feitelijke hoofdbestanddeel anders is dan in de GO is opgegeven, dan hoeft dit niet te worden doorgegeven, u dient u dit wel te verantwoorden in uw eigen administratie. Bewaart u dan ook de certificaten van het zaaizaad. Voor EA-vanggewas is een verplichting dat deze groenbemester moet bestaan uit een mengsel van ten minste twee toegestane groenbemesters. In de verordening staat echter niets over de mengverhouding bij EA-vanggewas in categorie 1 en 2. Voor categorie 3 (vanggewas in het kader van aaltjes bestrijding) geldt een mengverhouding van minimaal 3% voor het tweede bestanddeel zaaizaad.

Veranderen van Perceel:
Ook heeft u tijdens de GO aan moeten geven op welke percelen u de EA-vanggewassen gaat zaaien. Vaak zijn er meer percelen opgegeven dan volgens de EA-verplichting moet! Dit om enigszins flexibel te kunnen zijn. Er hoeft niet te worden doorgegeven op welk perceel uiteindelijk het EA-vanggewas is gezaaid. Echter het zaaien van een EA-vanggewas op een perceel dat bij de GO niet is opgegeven wordt niet voor de vergroening geaccepteerd. Dus dit kan helaas niet meer worden gewijzigd.

Rekensommetje: Hoeveel EA-vanggewas moet er worden gezaaid? U gaat daarbij uit van het aantal hectares bouwland (ook tijdelijk grasland) minus het blijvend grasland wat u heeft opgegeven op de GO. U dient daar 5% van te vergroenen. Doet u dit enkel met een EA-vanggewas dan rekent u voor dit vanggewas met een factor 0,3
Voorbeeld:
55 hectare bouwland maal 5% = 2,75 hectare maal factor 0,3 = 9,17 hectare EA-vanggewas.

woensdag 3 december 2014

Melkveewet



De melkveewet is op 25 november jongstleden aangenomen door de Tweede Kamer.  Deze wet gaat gelden per 1 januari 2015. In de wet is opgenomen dat melkveebedrijven die vanaf 2015 een hoger melkveefosfaat overschot hebben dan in 2013 dit extra overschot voor 100% moeten laten verwerken. Verder is de overdracht van de melkveefosfaatreferentie niet alleen meer beperkt tot de eerste graad maar nu mogelijk naar tweede of derde graad. ook is aangegeven dat bij bedrijfsoverdrachten tussen 1 januari 2013 en 1 november 2014  de melkveefosfaatreferentie overgedragen kan worden. De exacte uitwerking ontbreekt nog.

Er is veel discussie ontstaan over de mate van grondgebondenheid in de melkveehouderij. Deze discussie is nog gaande en hierom is er besloten om eisen t.a.v. grondgebondenheid vast te leggen in een apart besluit(AMvB). Begin 2015 zal hiervoor een ontwerpbesluit opgesteld worden. De uitkomst hiervan is zeer onzeker, zo ook wanneer het definitieve besluit valt en wanneer dit in werking zal treden. Het ligt voor de hand dat er een uitzondering komt voor bestaande bedrijfssituaties. Om dit te kunnen realiseren zal er een peiljaar moeten gaan gelden. Dit peiljaar kan mogelijk een andere zijn dan 2013, omdat de grondgebondenheid discussie nog maar een paar maanden gaande is. Bedrijven die door uitbreiding in 2014 boven de grondgebonden grens uit zijn gekomen, konden hierdoor niet weten dat er extra grondgebonden eisen gesteld gaan worden.
Twee van de vele genoemde mogelijkheden voor de mate van grondgebondenheid zijn:
·        Maximaal fosfaatoverschot in kg per hectare
·        Maximaal fosfaatoverschot als percentage van de fosfaatgebruiksruimte
Met de laatste mogelijkheid zullen bedrijven met een lage fosfaatgebruiksnorm per ha ( door een hoge fosfaattoestand of veel bouwland) eerder tegen de grens aanlopen dan bedrijven met hogere fosfaatgebruiksnormen. Informeer bij ons over de gevolgen voor uw bedrijf.