Posts tonen met het label gebruiksnormen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gebruiksnormen. Alle posts tonen

vrijdag 7 juli 2017

Fosfaatrechtenstelsel 2018

Het wetsvoorstel ‘fosfaatrechtenstelsel 2018’ is inmiddels goedgekeurd door de Eerste en Tweede kamer. De verwachting is dan ook dat de invoering van het fosfaatrechtenstelsel per 1 januari 2018 zal plaatsvinden. De beschikking fosfaatrechten behorende bij uw bedrijf valt waarschijnlijk in het voorjaar 2018 bij u op de mat.
 Als het fosfaatrechtenstelsel 2018 is ingevoerd dan geldt het volgende. Uw veestapel mag gemiddeld over 2018 niet groter zijn dan het aantal dieren op 2 juli 2015 geregistreerd op uw bedrijf uitgedrukt in kilo’s fosfaat, rekening houdend met de melkproductie. Mocht u meer vee willen houden in 2018 dan dient u te zorgen voor meer fosfaatrechten. Het aantonen van een gunstige bedrijfsexcretie d.m.v. de BEX berekening en/of Kringloopwijzer is nog geen mogelijkheid om uw grotere veestapel te kunnen verantwoorden.  De verwachting is wel dat dit een mogelijkheid gaat zijn.
 Fosfaatrechten kunt u aanschaffen dmv een principe overeenkomst van opdracht. Zo kan u uw veestapel in 2018 vergroten t.o.z. van 2 juli 2015. Hiermee kunt u met uw bedrijf inspelen op toekomstig beleid. Echter de fosfaatrechten zijn nog niet daadwerkelijk beschikbaar. 


 De Dijken productierechten bv kunt u bijstaan met de aan en verkoop van uw toekomstige fosfaatrechten. Wij hebben het passende contract klaar liggen die er voor zorgt dat uw aan of verkoop goed zal verlopen. We maken gebruik van onze stichting derden gelden rekening, zodat u geld veilig weggezet wordt totdat de daadwerkelijke overdracht plaats vind. Voor meer info bel ons volledig vrijblijvend!

Bemestingsruimte Plantaardige sector.

Nu de meeste voorjaarsbemesting is afgerond, is het de tijd om te berekenen of u op bedrijfsniveau binnen de gebruiksnormen blijft. De gecombineerde opgave van 2017 is hiervoor de basis. Er zijn een paar methode om verhoogde bemestingsruimte te verkrijgen:

Fosfaat:
Wanneer u tijdens de gecombineerde opgave PW-getallen heeft opgegeven dienen deze wel afkomstig te zijn van geldende grondmonsters. Dat wil zeggen niet ouder dan 15 mei 2012. Afhankelijk van de PW getal verkrijgt u een bepaalde hoeveelheid fosfaatruimte

PW > 55 "hoog" = 50 kg
PW 36-55 "neutraal" = 60 kg
PW < 36 "laag" = 75 kg

Wanneer u een PW-getal heeft lager dan 25 "laag", dan komt u in aanmerking voor de norm van 120 kg Fosfaat per hectare. U dient deze lage fosfaattoestand van de grond wel aan te tonen middels een geratificeerd grondmonster. 

Stikstofdifferentiatie
Wanneer de gewas opbrengst de afgelopen 3 jaren bovengemiddeld was voor de gewassen Suikerbieten (75 ton), fritesaardappelen (50 ton), wintertarwe (9 ton), wintergerst (9 ton), zomertarwe (8 ton) en zomergerst (7 ton), en u kunt dat door middel van afleverbewijzen aan tonen, dan komt u in aanmerking voor extra stikstof ruimte voor de gewassen waar de bovengemiddelde opbrengsten voor gelden. U dient de verhoogde stikstof normen wel voor 15 mei 2017 bij RVO te hebben aangevraagd.
Voldoet u aan alle voorwaarden, dan kunt u gebruik maken van de extra norm: 
  • suikerbieten 15 kilogram
  • fritesaardappelen 30 kilogram
  • wintertarwe 15 kilogram
  • zomertarwe en wintergerst 20 kilogram
  • zomergerst 30 kilogram.
Equivalente maatregelen akkerbouw
Sinds afgelopen voorjaar zijn ook de Equivalente maatregelen voor de akerbouw geldend om hogere normen te verkrijgen. nml:
  • Hogere stikstofnormen voor grond met hogere opbrengsten. (geld voor 17 gewassen)
  • Hogere fosfaatnormen voor grond met fosfaattoestand "laag" bij zeer hoge opbrengsten. (cons.aardappelen, pootaardappelen, zaai-ui of mais)
  • Hogere fosfaatnormen voor grond bij fosfaattoestand "neutraal"bij zeer hoge opbrengsten.(suikerbieten, consumptieaardappelen, wintertarwe, zomergerst, pootaardappelen, zaai-ui of mais)
  • Hogere stikstofnormen bij rijenbemesting in Mais op zandgronden.
De aanmeldingstermijn voor deze equivalente maatregelen is inmiddels verstreken. En aan deelname wordt door RVO € 195,- in rekening gebracht. Deze kosten worden gebruikt om de maatregelen te monitoren. Bovendien moet u een accountantsverklaring indienen waarin wordt verklaard dat u bovengemiddelde opbrengsten heeft behaald. 
In een nieuwsbrief die wij komende winter zullen uitbrengen zullen wij uitgebreider ingaan op de voorwaarden die gekoppeld zijn aan deze maatregelen.

Wilt u na de oogst nog bemesten met dierlijke mest? Laat dan nu uw bemestigsruimte berekenen en voorkom verrassingen en eventuele boetes! 
Coen Knook 06-13553970

PAS en Natuurvergunningen ter discussie.

Naar aanleiding van een groot aantal beroepsprocedures tegen verleende Natuurvergunningen (NB Vergunningen) is besloten de PAS te actualiseren. Vanaf 21 juni tot 1 september kunnen geen meldingen worden gedaan. Op aangevraagde vergunningen wordt geen besluit genomen.
Verder is het wachten op antwoorden op vragen welke de Raad van State gesteld heeft aan het Europees Hof of de PAS niet in strijd is met de Europese habitatrichtlijn. Dit wordt niet eerder dan 1 juli 2018 verwacht. Kortom veel onduidelijkheden op dit onderwerp.
Verleende vergunningen waartegen geen procedure loopt zijn onherroepelijk. Wat de gevolgen zijn voor verleende vergunningen waartegen nog beroep loopt en voor meldingen welke in het kader van de PAS zijn gedaan is nog onduidelijk. Wij houden het voor u in de gaten.  

PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit programma werken Rijk en provincies aan minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling. Stoot uw bedrijf ammoniak uit welke kan neerslaan op een Natura 2000 gebied kan het zijn dat u een NB (Natuur) vergunning nodig heeft.
Naar aanleiding van een groot aantal beroepsprocedures tegen verleende NB vergunningen heeft de Raad van State op 17 mei vragen gesteld aan het Europees hof. De Afdeling heeft in een tweetal uitspraken vragen gesteld aan het Hof. De ene zaak gaat over veehouderijen waarvoor op basis van de PAS natuurvergunningen zijn verleend. Onder meer wordt gevraagd of de PAS op grond van de Europese Habitatrichtlijn mag worden gebruikt voor het verlenen van vergunningen.
De andere uitspraak gaat over het weiden en bemesten van gronden, waarvoor onder de PAS geen vergunning nodig is. De Afdeling wil van het Hof van Justitie weten of deze activiteiten, ook op basis van de Europese Habitatrichtlijn, zonder vergunning mogen worden toegestaan.
De bij het Programma Aanpak Stikstof (PAS) betrokken bevoegde gezagen – het Rijk en de 12 provincies – hebben besloten om het programma gedeeltelijk te actualiseren. Als gevolg daarvan kan er tot 1 september, niet gewerkt worden met AERIUS Register. Tevens kunnen geen meldingen meer worden ingediend via het rekenmodel AERIUS Calculator. Het blijft wel mogelijk berekeningen met AERIUS Calculator te maken en vergunningen aan te vragen.
Belangrijkste inhoudelijke onderdeel van de actualisatie  is het aanvullen de al in AERIUS opgenomen leefgebieden met recent beschikbaar gekomen kaarten van leefgebieden van soorten. Daarmee zijn de kaarten van alle voor stikstof gevoelige leefgebieden compleet. Vanaf 14 juli wordt het gewijzigde programma, inclusief de geactualiseerde gebiedsanalyses, ter inzage gelegd gedurende acht weken, hierbij is het voor iedereen mogelijk om een zienswijze in te dienen. De bedoeling is dat het herziene programma in december in werking treedt.
De verwachting is dat AERIUS Calculator en AERIUS Register op 1 september weer beschikbaar komen. Voor de meeste aanvragen die nog in procedure zijn en waarbij ontwikkelingsruimte dient te worden toebedeeld vindt besluitvorming plaats na 1 september, zodat deze kunnen worden gebaseerd op de geactualiseerde versie.

Naast deze herziening werken de PAS-partijen aan de aanvullingen of verbeteringen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft genoemd in haar uitspraak van 17 mei. Deze aanvullingen of verbeteringen volgen later. Daarbij wordt ook uitgewerkt op welke wijze en op welk moment deze zaken kunnen worden verwerkt in het PAS. Dit staat los van deze herzieningsprocedure.

vrijdag 11 december 2015

Laatste Wijzigingen in AmvB Grondgebondenheid


In onze laatste nieuwsbrief hebben wij uitgebreid uitgelegd hoe u de regelgeving Grondgebondenheid dient te berekenen. Deze regelgeving gaat in per 1 januari 2016 en bepaald hoeveel grond u onder u bedrijf dient te hebben bij de aanwezigheid van de diercategorieën 100, 101 en 102. Als beginpunt berekend u de productie en plaatsingsruimte van 2014. In eerste instantie moest deze berekend worden met de normen van 2014, echter na half november is bekend geworden dat u hiervoor de normen van het jaar mag gebruiken waarvoor u de berekening maakt, dus 2016.

Dit heeft als gevolg dat bijvoorbeeld het verkleinen van plaatsingsruimte door het verlagen van de normen, deze niet met grond hoeft te worden gecompenseerd.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Arjan Zant 06-83179441 of Mad Koorn 06-53735942

maandag 2 november 2015

Nog 2 maanden om uw mestverwerkingsplicht te regelen!


U hebt tot en met 31 december van dit jaar de tijd om uw eventuele mestverwerkingsplicht voor 2015 te verantwoorden. Maar hoe zat het ook al weer?
Ten eerste is het van belang dat u uw verwerkingsplicht berekent aan de hand van het regionale verwerkingspercentage en de groei van uw melkveefosfaatoverschot 2015 ten opzichte van 2013, dus in twee stappen:

Stap 1: Productie alle diersoorten - Plaatsingsruimte = Bedrijfsoverschot x Regiopercentage.
Stap 2: Productie melkvee - Plaatsingsruimte - Melkveefosfaatreferentie = Melkveefosfaat overschot.


Vervolgens dient u te verwerken:

- de uitkomst van stap 1 (mits >100kg)
- de uitkomst van stap 2 x (100% minus regiopercentage) (mits >100kg)

Let op: In 2015 heeft u dus voor het eerst te maken met stap 2, deze is afkomstig vanuit de Melkveewet!, Vergeet deze berekening niet mee te nemen.

De Dijken Agrarisch Advies kan u helpen om samen met u uw verwerkingsplicht te berekenen, en deze verplichting in te vullen en vast te leggen in Vervangende Verwerkingsovereenkomsten.

Er zijn vele aanbieders van VVO's. Waarom dan kiezen voor de Dijken Agrarische diensten?
Wij bieden onze VVO's aan inclusief:
- berekenen van uw verwerkingsverplichting;
- duidelijke contracten;
- zorgvuldige afwikkeling van A tot Z;
- betalingsverkeer via Stichting Derdengelden.

Informeer naar de mogelijkheden.

woensdag 14 oktober 2015

Is in 2016 bij verhuur van grond ook een Private overeenkomst nodig?


In 2015 zijn er bij huur en verhuur van percelen veel private overeenkomsten afgesloten. Het doel van een private overeenkomst was om de nieuwe betalingsrechten in eigendom te laten vaststellen bij de verhuurder van de grond, en vervolgens deze rechten direct door middel van verhuur te laten uitbetalen aan de huurder van de grond. Omdat de huur van percelen vaak eenmalig is, heeft RVO er voor gekozen om alle verhuurde betalingsrechten aan het einde van het jaar automatisch weer terug te boeken naar de verhuurder!
Met ander woorden:  Aan het einde van de huurperiode heeft iedere partij weer zijn eigen grond en eigen betalingsrechten!

Gaat u in 2016 weer grond verhuren, dan dient u er vóór 31 maart 2016 zelf voor te zorgen dat u een gelijk aantal betalingsrechten overdraagt “in verhuur” aan de huurder van uw grond. Draagt u de rechten niet over, of  vergeet u dit, dan heeft uzelf bij verhuur van grond in 2016 te kort grond om al uw betalingsrechten te laten uitbetalen.

Omdat u in 2016 de verhuur van uw betalingsrechten dus zelf moet regelen, is een private overeenkomst niet meer nodig. Wel wordt er geadviseerd om de onderlinge afspraken toch op papier te zetten. Denk hierbij aan zaken als: Wie draagt de rechten over? Wanneer en hoe komen de rechten weer terug? Hoe wordt de uitbetaling van deze rechten verrekend? Wat te doen met de uitbetaling van de vergroeningspremie? Wat te doen als er onverhoopt geen uitbetaling komt?
Te veel vagen, en te grote belangen om dit uitsluitend mondeling te regelen. Leg het daarom schriftelijk vast!

De Dijken Advies zet, evenals in voorgaande jaren, deze afspraken weer duidelijk op papier! In samenspraak met u bepalen wij de vorm van de overeenkomst, afspraken over basispremie en vergroeningspremie, en eventuele andere onderdelen die u ook graag vastgelegd wilt hebben.
Bovendien archiveren wij alle overeenkomsten, zodat u altijd bij ons te raden kunt, hoe een en ander ook alweer afgesproken was!

Neemt u vrijblijvend contact met ons op!
Coen Knook 06-13553970

woensdag 3 december 2014

Melkveewet



De melkveewet is op 25 november jongstleden aangenomen door de Tweede Kamer.  Deze wet gaat gelden per 1 januari 2015. In de wet is opgenomen dat melkveebedrijven die vanaf 2015 een hoger melkveefosfaat overschot hebben dan in 2013 dit extra overschot voor 100% moeten laten verwerken. Verder is de overdracht van de melkveefosfaatreferentie niet alleen meer beperkt tot de eerste graad maar nu mogelijk naar tweede of derde graad. ook is aangegeven dat bij bedrijfsoverdrachten tussen 1 januari 2013 en 1 november 2014  de melkveefosfaatreferentie overgedragen kan worden. De exacte uitwerking ontbreekt nog.

Er is veel discussie ontstaan over de mate van grondgebondenheid in de melkveehouderij. Deze discussie is nog gaande en hierom is er besloten om eisen t.a.v. grondgebondenheid vast te leggen in een apart besluit(AMvB). Begin 2015 zal hiervoor een ontwerpbesluit opgesteld worden. De uitkomst hiervan is zeer onzeker, zo ook wanneer het definitieve besluit valt en wanneer dit in werking zal treden. Het ligt voor de hand dat er een uitzondering komt voor bestaande bedrijfssituaties. Om dit te kunnen realiseren zal er een peiljaar moeten gaan gelden. Dit peiljaar kan mogelijk een andere zijn dan 2013, omdat de grondgebondenheid discussie nog maar een paar maanden gaande is. Bedrijven die door uitbreiding in 2014 boven de grondgebonden grens uit zijn gekomen, konden hierdoor niet weten dat er extra grondgebonden eisen gesteld gaan worden.
Twee van de vele genoemde mogelijkheden voor de mate van grondgebondenheid zijn:
·        Maximaal fosfaatoverschot in kg per hectare
·        Maximaal fosfaatoverschot als percentage van de fosfaatgebruiksruimte
Met de laatste mogelijkheid zullen bedrijven met een lage fosfaatgebruiksnorm per ha ( door een hoge fosfaattoestand of veel bouwland) eerder tegen de grens aanlopen dan bedrijven met hogere fosfaatgebruiksnormen. Informeer bij ons over de gevolgen voor uw bedrijf.

donderdag 27 november 2014

Berichtgeving RVO toewijzing betalingsrechten



Bij het vaststellen van de betalingsrechten gaat RVO uit van de bedrijfsgegevens zoals die bij de dienst bekend zijn. Dit noemt men de referentiegegevens. U kunt op dit moment bij RVO.nl controleren of uw gegevens die bij RVO bekend zijn, voldoende is om in aanmerking te komen bij toekenning van de nieuwe betalingsrechten! Wij ondervinden dat dit controle formulier lastig is te vinden in “mijn RVO”. Voor dit formulier gaat u nadat u bent ingelogd naar: REGELS -> TOON ALLE REGELS -> GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID NIEUW GLB. In veelvoorkomende gevallen constateren wij dat bedrijven niet in aanmerking komen omdat zij bij de Kamer van Koophandel staan ingeschreven met een onjuiste SBI code. Dit is een omschrijving waar uw bedrijf zich mee bezig houdt. Om in aanmerking te komen voor nieuwe betalingsrechten dient een bedrijf minimaal 1 van de SBI-codes te hebben uit de reeks tussen 01.1 en 01.50. Controleer dit tijdig, en neem zonodig nu actie

dinsdag 15 juli 2014

Melkvee fosfaatreferentie! Het nieuwe quotum?!




Er is door de staatsecretaris Sharon Dijksma een wetsvoorstel ingediend, genaamd ‘Verantwoorde groei melkveehouderij’, bij de Tweede Kamer die er voor gaat zorgen dat melkveebedrijven kunnen groeien mits de extra mest die hiermee geproduceerd gaat worden,geplaatst kan worden op eigen grond of volledig wordt verwerkt. Wanneer de Tweede Kamer dit wetsvoorstel goedkeurt dan zal deze per 1 januari 2015 van kracht gaan worden. Wat houdt deze wet precies in? In dit schrijven hebben we alle belangrijke informatie voor u op een rij gezet.
Melkveefosfaatreferentie 2013  
De melkveefosfaatreferentie is het verschil tussen de fosfaatproductie en fosfaatruimte op het bedrijf. De fosfaatproductie  is de totale hoeveelheid geproduceerde mest van het melkvee en het jongvee uitgedrukt in kg fosfaat(andere diersoorten zoals schapen en geiten vallen hier buiten). De fosfaatruimte is de beschikbare mestplaatsingsruimte op de hectares in gebruik(bouwland of grasland) met de daarbij behorende  fosfaattoestand(grondmonsters). Naast de landbouwgrond kan ook de natuurgrond die in gebruik is meegenomen worden in de berekening.
De melkveefosfaatreferentie wordt met terugwerkende kracht vastgesteld in het jaar 2013. Een melkveebedrijf kan deze referentie  dus niet meer veranderen.

Voorbeeldberekening 1:
Een melkveebedrijf heeft de volgende referentie opgebouwd in 2013:
Berekende fosfaatproductie 2013(melkvee en jongvee):                          4000 kg fosfaat
Fosfaatplaatsingsruimte 2013(opgegeven hectares
Gecombineerde opgave + eventueel natuurterrein):                                  3000 kg fosfaat
                                                                                                                                                                                           
De melkveefosfaatreferentie 2013:                                                          1000 kg fosfaat

Melkveefosfaatoverschot 2015
Het melkvee fosfaatoverschot 2015 is de uitkomst uit de berekende fosfaatproductie 2015 minus de fosfaatruimte in kg fosfaat en minus de opgebouwde melkveefosfaatreferentie 2013. De hoeveelheid kg melkveefosfaatoverschot dient 100% verwerkt te worden middels de mestverwerkingsregels die nu gelden. Ook de vrijstellingen zoals regionale mestafzet, stro mest en de drempelwaarde van 100 kilo fosfaat behoren tot de mogelijkheden.
De fosfaatproductie 2015 is de totale hoeveelheid geproduceerde mest in 2015 van het melkvee en het jongvee uitgedrukt in kg fosfaat. De fosfaatruimte is de beschikbare mestplaatsingsruimte op de hectares in gebruik(bouwland of grasland) in 2015 met de daarbij behorende  fosfaattoestand(grondmonsters).

Voorbeeldberekening 2:
Het bovengenoemde melkveebedrijf heeft de volgende uitgangspunten in het jaar 2015:
Berekende fosfaatproductie 2015(melkvee en jongvee):                          4500 kg fosfaat Fosfaatplaatsingsruimte 2015(opgegeven hectares
Gecombineerde opgave + eventueel natuurterrein):                                  3000 kg fosfaat

Melkveefosfaatreferentie 2013:                                                               1000 kg fosfaat
                                                                                                                                                                                           
Melkveefosfaatoverschot 2015:                                                                 500 kg fosfaat

Volgens de bovenstaande berekening moet het melkveebedrijf de 500 kg melkvee fosfaatoverschot 100% gaan verwerken in 2015.

Twee berekeningen
Ook dient het melkveebedrijf te voldoen aan de bestaande regels die gelden voor de gebruiksnormen en het mestverwerkingspercentage  op bedrijfsniveau. Dit betekent dat melkveebedrijven twee rekensommen zullen maken:
1. Het berekenen van het melkvee fosfaatoverschot 2015(berekening hierboven weergegeven)
2. Het berekenen van het totale fosfaatbedrijfsoverschot van alle graas en staldieren op het bedrijf.

 Overschrijding fosfaatplafond
In overleg met de Europese Commissie is, in het kader van eerdere derogatieonderhandelingen, het nationale fosfaatproductieplafond vastgesteld op het niveau van 2002. Dit is 172 miljoen kg fosfaat per jaar. Wanneer blijkt dat de feitelijke fosfaatproductie in een kalenderjaar het plan overschrijdt dan zijn verdere beperkende maatregelen aan de orde. Denk hierbij aan een fosfaatheffing of melkveerechten.

De fosfaatproductie kan berekend worden op basis van de beschikbare forfaitaire gehalten, maar er kan ook gebruik gemaakt worden van de bedrijf specifieke excretie(BEX) en/of de Kringloopwijzer(KLW).
De melkveefosfaatreferentie 2013 is bedrijfsgebonden en hierdoor ook niet los verhandelbaar. Wel is het overdraagbaar in het geval van een bedrijfsoverdracht aan eerste graad familie(ouder-kind) of middels verkoop van het bedrijf.
Zoals het nu lijkt op basis van het wetsvoorstel hebben ondernemers die willen groeien de keuze uit twee strategieën:

·         Grondgebonden uitbreiden door het verwerven van extra grond of extra mestverwerking realiseren.
·         De fosfaatproductie beperken door met voermaatregelen de efficiëntie te verhogen met behulp van de BEX of de KLW.


De Dijken agrarische diensten kan de beide genoemde berekeningen maken specifiek op uw bedrijf gericht. Hierbij kunnen wij degelijk advies geven, zodat u volledig ontzorgt wordt/blijft ondanks de nieuwe regelgeving en u helpen de juiste strategie  te volgen voor uw bedrijf.   

maandag 10 februari 2014

Wat is een VVO ??

Een VVO is een Vervangende Verwerkings Overeenkomst. Dit betekent dat wanneer een mestproducent een bepaalde hoeveelheid fosfaat verplicht is om te (laten) verwerken, hij deze verplichting kan overdragen naar een andere mestproducent.

Voorbeeld:
In het kader van verplichte mestverwerking heeft een veehouder in Friesland een bedrijfsoverschot van 3000 kg fosfaat. Hiervan moet hij in 2014 verplicht 5% verwerken = 150 kg fosfaat.
Tegelijkertijd heeft een Varkenshouder in Brabant een bedrijfsoverschot van 7000 kg fosfaat, waarvan hij in 2014 30% verplicht moet gaan verwerken = 2100 kg fosfaat. De varkenshouder heeft voor zijn gehele bedrijfsoverschot afzet geregeld met een exporteur (= verwerken). Van zijn 7000 kg is dus 2100 kg "verplichte" verwerking en 4900 kg "vrijwillige" verwerking.
Als de Friese Veehouder met de Brabantse Varkenshouder een VVO indient bij DR, dan neemt de varkenshouder de verplichte hoeveelheid van 150 kg fosfaat over van de veehouder, waarmee zijn verplichting wordt verhoogd naar 2100 + 150 = 2250 kg fosfaat.

Kan dit ook met een Pluimveehouder?
Nee, door het zogenaamde "schot" wat er is geplaatst tussen de pluimvee en de overige sectoren is het "direct" overnemen van de verplichting door de pluimveehouder niet mogelijk zonder dat daar een fysieke meststroom bij komt kijken.

VVO afsluiten met wie?
Een VVO kan alleen maar direct worden afgesloten tussen de ene mestproducent, en een andere mestproducent. Wanneer er een intermediair tussen gaat zitten, praat je over een drie partijenovereenkomst ( 3PO ) en is er een fysieke meststroom noodzakelijk. Een intermediair kan uiteraard wel bemiddelen in het afsluiten van een VVO, maar de feitelijke verplichtingsovername moet plaats vinden tussen 2 producenten.