Posts tonen met het label fosfaatrechten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fosfaatrechten. Alle posts tonen

vrijdag 7 juli 2017

Fosfaatrechtenstelsel 2018

Het wetsvoorstel ‘fosfaatrechtenstelsel 2018’ is inmiddels goedgekeurd door de Eerste en Tweede kamer. De verwachting is dan ook dat de invoering van het fosfaatrechtenstelsel per 1 januari 2018 zal plaatsvinden. De beschikking fosfaatrechten behorende bij uw bedrijf valt waarschijnlijk in het voorjaar 2018 bij u op de mat.
 Als het fosfaatrechtenstelsel 2018 is ingevoerd dan geldt het volgende. Uw veestapel mag gemiddeld over 2018 niet groter zijn dan het aantal dieren op 2 juli 2015 geregistreerd op uw bedrijf uitgedrukt in kilo’s fosfaat, rekening houdend met de melkproductie. Mocht u meer vee willen houden in 2018 dan dient u te zorgen voor meer fosfaatrechten. Het aantonen van een gunstige bedrijfsexcretie d.m.v. de BEX berekening en/of Kringloopwijzer is nog geen mogelijkheid om uw grotere veestapel te kunnen verantwoorden.  De verwachting is wel dat dit een mogelijkheid gaat zijn.
 Fosfaatrechten kunt u aanschaffen dmv een principe overeenkomst van opdracht. Zo kan u uw veestapel in 2018 vergroten t.o.z. van 2 juli 2015. Hiermee kunt u met uw bedrijf inspelen op toekomstig beleid. Echter de fosfaatrechten zijn nog niet daadwerkelijk beschikbaar. 


 De Dijken productierechten bv kunt u bijstaan met de aan en verkoop van uw toekomstige fosfaatrechten. Wij hebben het passende contract klaar liggen die er voor zorgt dat uw aan of verkoop goed zal verlopen. We maken gebruik van onze stichting derden gelden rekening, zodat u geld veilig weggezet wordt totdat de daadwerkelijke overdracht plaats vind. Voor meer info bel ons volledig vrijblijvend!

Bemestingsruimte Plantaardige sector.

Nu de meeste voorjaarsbemesting is afgerond, is het de tijd om te berekenen of u op bedrijfsniveau binnen de gebruiksnormen blijft. De gecombineerde opgave van 2017 is hiervoor de basis. Er zijn een paar methode om verhoogde bemestingsruimte te verkrijgen:

Fosfaat:
Wanneer u tijdens de gecombineerde opgave PW-getallen heeft opgegeven dienen deze wel afkomstig te zijn van geldende grondmonsters. Dat wil zeggen niet ouder dan 15 mei 2012. Afhankelijk van de PW getal verkrijgt u een bepaalde hoeveelheid fosfaatruimte

PW > 55 "hoog" = 50 kg
PW 36-55 "neutraal" = 60 kg
PW < 36 "laag" = 75 kg

Wanneer u een PW-getal heeft lager dan 25 "laag", dan komt u in aanmerking voor de norm van 120 kg Fosfaat per hectare. U dient deze lage fosfaattoestand van de grond wel aan te tonen middels een geratificeerd grondmonster. 

Stikstofdifferentiatie
Wanneer de gewas opbrengst de afgelopen 3 jaren bovengemiddeld was voor de gewassen Suikerbieten (75 ton), fritesaardappelen (50 ton), wintertarwe (9 ton), wintergerst (9 ton), zomertarwe (8 ton) en zomergerst (7 ton), en u kunt dat door middel van afleverbewijzen aan tonen, dan komt u in aanmerking voor extra stikstof ruimte voor de gewassen waar de bovengemiddelde opbrengsten voor gelden. U dient de verhoogde stikstof normen wel voor 15 mei 2017 bij RVO te hebben aangevraagd.
Voldoet u aan alle voorwaarden, dan kunt u gebruik maken van de extra norm: 
  • suikerbieten 15 kilogram
  • fritesaardappelen 30 kilogram
  • wintertarwe 15 kilogram
  • zomertarwe en wintergerst 20 kilogram
  • zomergerst 30 kilogram.
Equivalente maatregelen akkerbouw
Sinds afgelopen voorjaar zijn ook de Equivalente maatregelen voor de akerbouw geldend om hogere normen te verkrijgen. nml:
  • Hogere stikstofnormen voor grond met hogere opbrengsten. (geld voor 17 gewassen)
  • Hogere fosfaatnormen voor grond met fosfaattoestand "laag" bij zeer hoge opbrengsten. (cons.aardappelen, pootaardappelen, zaai-ui of mais)
  • Hogere fosfaatnormen voor grond bij fosfaattoestand "neutraal"bij zeer hoge opbrengsten.(suikerbieten, consumptieaardappelen, wintertarwe, zomergerst, pootaardappelen, zaai-ui of mais)
  • Hogere stikstofnormen bij rijenbemesting in Mais op zandgronden.
De aanmeldingstermijn voor deze equivalente maatregelen is inmiddels verstreken. En aan deelname wordt door RVO € 195,- in rekening gebracht. Deze kosten worden gebruikt om de maatregelen te monitoren. Bovendien moet u een accountantsverklaring indienen waarin wordt verklaard dat u bovengemiddelde opbrengsten heeft behaald. 
In een nieuwsbrief die wij komende winter zullen uitbrengen zullen wij uitgebreider ingaan op de voorwaarden die gekoppeld zijn aan deze maatregelen.

Wilt u na de oogst nog bemesten met dierlijke mest? Laat dan nu uw bemestigsruimte berekenen en voorkom verrassingen en eventuele boetes! 
Coen Knook 06-13553970

PAS en Natuurvergunningen ter discussie.

Naar aanleiding van een groot aantal beroepsprocedures tegen verleende Natuurvergunningen (NB Vergunningen) is besloten de PAS te actualiseren. Vanaf 21 juni tot 1 september kunnen geen meldingen worden gedaan. Op aangevraagde vergunningen wordt geen besluit genomen.
Verder is het wachten op antwoorden op vragen welke de Raad van State gesteld heeft aan het Europees Hof of de PAS niet in strijd is met de Europese habitatrichtlijn. Dit wordt niet eerder dan 1 juli 2018 verwacht. Kortom veel onduidelijkheden op dit onderwerp.
Verleende vergunningen waartegen geen procedure loopt zijn onherroepelijk. Wat de gevolgen zijn voor verleende vergunningen waartegen nog beroep loopt en voor meldingen welke in het kader van de PAS zijn gedaan is nog onduidelijk. Wij houden het voor u in de gaten.  

PAS staat voor het Programma Aanpak Stikstof (PAS). In dit programma werken Rijk en provincies aan minder stikstof, sterkere natuur en economische ontwikkeling. Stoot uw bedrijf ammoniak uit welke kan neerslaan op een Natura 2000 gebied kan het zijn dat u een NB (Natuur) vergunning nodig heeft.
Naar aanleiding van een groot aantal beroepsprocedures tegen verleende NB vergunningen heeft de Raad van State op 17 mei vragen gesteld aan het Europees hof. De Afdeling heeft in een tweetal uitspraken vragen gesteld aan het Hof. De ene zaak gaat over veehouderijen waarvoor op basis van de PAS natuurvergunningen zijn verleend. Onder meer wordt gevraagd of de PAS op grond van de Europese Habitatrichtlijn mag worden gebruikt voor het verlenen van vergunningen.
De andere uitspraak gaat over het weiden en bemesten van gronden, waarvoor onder de PAS geen vergunning nodig is. De Afdeling wil van het Hof van Justitie weten of deze activiteiten, ook op basis van de Europese Habitatrichtlijn, zonder vergunning mogen worden toegestaan.
De bij het Programma Aanpak Stikstof (PAS) betrokken bevoegde gezagen – het Rijk en de 12 provincies – hebben besloten om het programma gedeeltelijk te actualiseren. Als gevolg daarvan kan er tot 1 september, niet gewerkt worden met AERIUS Register. Tevens kunnen geen meldingen meer worden ingediend via het rekenmodel AERIUS Calculator. Het blijft wel mogelijk berekeningen met AERIUS Calculator te maken en vergunningen aan te vragen.
Belangrijkste inhoudelijke onderdeel van de actualisatie  is het aanvullen de al in AERIUS opgenomen leefgebieden met recent beschikbaar gekomen kaarten van leefgebieden van soorten. Daarmee zijn de kaarten van alle voor stikstof gevoelige leefgebieden compleet. Vanaf 14 juli wordt het gewijzigde programma, inclusief de geactualiseerde gebiedsanalyses, ter inzage gelegd gedurende acht weken, hierbij is het voor iedereen mogelijk om een zienswijze in te dienen. De bedoeling is dat het herziene programma in december in werking treedt.
De verwachting is dat AERIUS Calculator en AERIUS Register op 1 september weer beschikbaar komen. Voor de meeste aanvragen die nog in procedure zijn en waarbij ontwikkelingsruimte dient te worden toebedeeld vindt besluitvorming plaats na 1 september, zodat deze kunnen worden gebaseerd op de geactualiseerde versie.

Naast deze herziening werken de PAS-partijen aan de aanvullingen of verbeteringen die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft genoemd in haar uitspraak van 17 mei. Deze aanvullingen of verbeteringen volgen later. Daarbij wordt ook uitgewerkt op welke wijze en op welk moment deze zaken kunnen worden verwerkt in het PAS. Dit staat los van deze herzieningsprocedure.

maandag 13 juni 2016

Pachtprijzen (fors) omhoog



Onlangs zijn de regionormen en daarbij behorende veranderpercentages gepubliceerd. De nieuwe normen gaan in per 1 juli 2016. De nieuwe pachtprijzen hebben betrekking op reguliere pachtovereenkomsten langer dan 6 jaar!

De pachtprijzen worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de bedrijfsopbrengsten. De prijzen van 2016 zijn berekend over de bedrijfsopbrengsten 2010 t/m 2014. Vooral in 2014 waren de resultaten in de melkveehouderij goed. De stijging is dan ook het hoogst in de gebieden met voornamelijk melkveehouderij.

Pachtprijsgebied Regionorm (€/ha) Veranderpercentage (%)

2016 2016
Bouw- en grasland

Bouwhoek en Hogeland 836 17
Veenkoloniën en Oldambt 806 17
Noordelijk weidegebied 901 22
Oostelijk veehouderijgebied 815 29
Centraal veehouderijgebied 756 22
IJsselmeerpolders 1.118 -5
Westelijk Holland 775 17
Waterland en Droogmakerijen 527 34
Hollands/Utrechts weidegebied 1.043 27
Rivierengebied 986 18
Zuidwestelijk akkerbouwgebied 667 -6
Zuidwest Brabant 816 11
Zuidelijk veehouderijgebied 901 20
Zuid Limburg 977 4
Tuinland

Westelijk Holland 2.652 11
Rest van Nederland 1.073 32

Gaat mijn pachtprijs altijd met dit percentage omhoog? 

Nee, wanneer de uitkomst van uw huidige pachtprijs vermenigvuldigd met het veranderpercentage hoger wordt dan 110% of lager dan 90% van de regionorm, dan wordt de pachtprijs 2015 bevroren, en is de pachtprijs 2015 dus ook de pachtprijs van 2016. Dit geldt overigens alleen bij reguliere pachtovereenkomsten die afgesloten zijn vóór 1 juli 2007.

Daarnaast is in de Pachtwet  geregeld dat een pachtprijs nooit hoger mag zijn dan 2% van de vrije agrarische waarde van de grond. Vermoedt u dat uw pachtprijs deze 2% gaat overstijgen dan kunt u bij de Grondkamer een verzoek indienen tot het vaststellen van de hoogst toelaatbare pachtprijs. Voordat u dat doet raden wij u echter aan eerst met uw verpachter in gesprek te gaan. Wellicht komt u er samen uit, waarmee u zich een lange procedure en hoge kosten bespaart!

Voor specifieke vragen kunt u contact opnemen met onze pachtspecialisten!























































































vrijdag 11 december 2015

Laatste Wijzigingen in AmvB Grondgebondenheid


In onze laatste nieuwsbrief hebben wij uitgebreid uitgelegd hoe u de regelgeving Grondgebondenheid dient te berekenen. Deze regelgeving gaat in per 1 januari 2016 en bepaald hoeveel grond u onder u bedrijf dient te hebben bij de aanwezigheid van de diercategorieën 100, 101 en 102. Als beginpunt berekend u de productie en plaatsingsruimte van 2014. In eerste instantie moest deze berekend worden met de normen van 2014, echter na half november is bekend geworden dat u hiervoor de normen van het jaar mag gebruiken waarvoor u de berekening maakt, dus 2016.

Dit heeft als gevolg dat bijvoorbeeld het verkleinen van plaatsingsruimte door het verlagen van de normen, deze niet met grond hoeft te worden gecompenseerd.

Voor meer informatie kunt u terecht bij Arjan Zant 06-83179441 of Mad Koorn 06-53735942

Aanmelden voor verplichte Kringloopwijzer


Vanaf 1 januari 2016 zijn alle melkveehouderij bedrijven verplicht om mee te doen aan de Kringloopwijzer. Deze verplichting vanuit de zuivelindustrie gold voor 2015 alleen voor bedrijven met een fosfaatreferentie > 0 kg, en dus voor 2016 voor alle bedrijven. De registratie van de Kringloopwijzer wordt door ZuivelNL gefaciliteerd op de website www.dekringloopwijzer.nl . In deze database worden gegevens van uw bedrijf samengebracht. Zoals; RVO, uw grondonderzoeken, veevoeder en kunstmestleverancier. Alle gegevens moeten in de database binnen zijn voor 1 maart. Heet u dus de verplichting van 2015 dan moet alles geregistreerd zijn voor 1 maart 2016. Gaat u verplichting per 1 januari 2016 in, dan dient u de kringloopwijzer volledig ingevuld te hebben voor 1 maart 2017. Toch raden wij u aan om u zo spoedig mogelijk aan te melden op www.dekringloopwijzer.nl vervolgens kunt u partijen machtigen om gegevens over uw bedrijf in de database uit te wisselen. Wanneer u zich niet tijdig aanmeld voor de verplichte deelname hanteert zuivelNL het principe dat u ook voor 2015 verplicht bent de kringloopwijzer aan te leveren.

 
Een van de uitgangspunten bij de Kringloopwijzer, maar ook voor het berekenen van de BEX is dat u de beginvoorraad van uw ruwvoeders, krachtvoeders, melkpoeders en overige producten per 1 januari 2016 in beeld moet hebben. Dat betekent dat er van deze zaken erkende analyses beschikbaar moeten zijn die geschikt zijn voor de BEX/Kringloopwijzer. Heeft u uw voorraden, 1 januari 2016 aanwezig op uw bedrijf, nog niet laten analyseren? Zorg dan dat u dat tijdig laat doen.

vrijdag 18 september 2015

Melkveehouderij: Blijf bij de feiten!!



In de media en tijdens de zonovergoten landbouw tentoonsteling van Opmeer 3 augustus jl. is ons opgevallen dat  aankomende fosfaatrechten de gemoederen flink bezig houden. Referentiejaar 2014? Peildatum 2 juli 2015? Fosfaatrechten zullen een behoorlijke impact hebben op de sector en op uw bedrijf, echter het is nu vooral een politieke discussie, vooral over de invulling daarvan. Het is nu nog onduidelijk hoe dit er voor elk bedrijf afzonderlijk uit gaan zien. Blijf daarom de komende maanden bij de feiten en focus vooral op de twee vragen waar u dit najaar een antwoord op moet hebben:
·         mestverwerkingsplicht 2015: Heeft mijn bedrijf nog een mestverwerkingsverplichting, en hoe vul ik deze in?
·         Grondgebondenheid vanaf 2016. Hoeveel hectare moet er in 2016 onder mijn bedrijf liggen, en kan ik nog wel grond verhuren, of moet er grond bij, of juist de melkveeproductie inperken??
Mestverwerkingsplicht 2015 in twee stappen te berekenen:

Stap 1: Van het bedrijfsoverschot fosfaat ( productie minus plaatsingsruimte) 2015 dient u een percentage te verwerken. Hoe hoog dit percentage is, is afhankelijk van waar uw bedrijf gevestigd is. Het percentage is verdeeld in 3 regio’s:
-          Regio Zuid = 50%
-          Regio Oost = 30%
-          Regio Overig = 10%
Er geldt een vrijstelling voor verwerking in de volgende situaties: 
- biologische bedrijven;
       - bedrijven met 90% fosfaatproductie op stromest;
       - bedrijven die regionaal(binnen 20 kilometer) hun volledige bedrijfsoverschot afzetten waarbij ze    75% van de totale productie kunnen plaatsen op het eigen bedrijf;
       - bedrijven waar de verwerkingsplicht na berekening beneden de 100 kg fosfaat(ondergrens) ligt. 
        Stap 2: Melkveefosfaatoverschot in 2015 t.o.v. 2013 verplicht verwerken
Nieuw in 2015 is dat u uw melkveefosfaatoverschot van 2015 t.o.v. van 2013 voor 100% dient te verwerken. Het betreft hier alleen om het fosfaat afkomstig van  de diersoorten met code 100(melkkoe), code 101(jongvee < 1jaar) en code 102(jongvee > 1jaar).

Voor een juiste berekening van uw totale verwerkingsplicht te kunnen maken dient u onderstaande vragen te beantwoorden
Wat is mijn bedrijfsoverschot in 2015?
Wat is mijn melkveefosfaatoverschot in 2015?
Wat is mijn melkveefosfaatreferentie?

De Dijken agrarisch advies beschikt over eenvoudige berekeningen om voor u inzichtelijk te maken of, en hoeveel u dient te verwerken. Vervolgens kunnen wij u helpen deze verplichtinghoeveelheid in te vullen. Dit kan  door afzet van het totale bedrijfsoverschot in de regio, of door de mestverplichting af te kopen middels een Vervangende Verwerkings Overeenkomst (VVO)
Indien een regionale mestverwerkingsovereenkomst (RMO) geen optie is dan is een vervangende verwerkingsovereenkomst(VVO) het meest voor de hand liggend om aan uw verwerkingsplicht te voldoen.


Grondgebondenheid vanaf 1 januari 2016
De AMvB Grondgebondenheid gaat in per 1 januari 2016 en beperkt de mogelijkheden om uitsluitend uit te breiden in combinatie met 100% mestverwerking. Een deel van de uitbreiding(stijging fosfaatproductie) zal gepaard moeten gaan met uitbreiding van de hectares grond in gebruik(groei plaatsingsruimte). Er zijn drie staffels opgesteld die aangeven welk percentage van de uitbreiding verwerkt moet worden en voor welk percentage extra grond in gebruik genomen moet worden.
Overschot kg fosfaat per hectare
Mestverwerking
Extra grond in gebruik
 < 20 kg
100%
0%
20 – 50 kg
75%
25%
> 50 kg
50%
50%

Indien er sprake is van een bedrijfsoverschot komt u afhankelijk van de hoogte van het bedrijfsoverschot in kg fosfaat per hectare, met uw bedrijf in een bepaalde staffel terecht. Zie de tabel hierboven. De tabel maakt duidelijk dat des te intensiever het melkveebedrijf, des te hoger het percentage aan extra te verwerven grond is om de uitbreiding in fosfaatproductie te mogen realiseren en des te lager het percentage van mest die verwerkt mag worden.
De fosfaatproductie van 2014 geldt als referentie. Produceert uw bedrijf in 2016 dus meer fosfaat  en/of is de plaatsingsruimte gedaald ten opzichte van 2014 (minder hectares, en/of lagere fosfaatnormen per hectare) en komt u daardoor uit op een overschot > 20 kg fosfaat, dan dient u rekening te houden met de AMvB.
Heeft u voor 2016 een bepaalde hoeveelheid productie voor ogen dan is het van belang dat u exact weet hoeveel hectare grond daar bij hoort, en u dus dient op te geven bij de gecombineerde opgave van 2016. Achteraf plaatsingsruimte corrigeren na 15 mei 2016 kan dus niet!
De AmvB Grondgebondenheid heeft dus vergaande gevolgen voor uw grondgebruik vanaf 2016 inclusief uw gebruikelijke huur en verhuur van grond! Weet dus waar u staat, en laat u niet verassen!
Voor het niet (volledig) voldoen en verantwoorden van het bedrijfsoverschot fosfaat staat in de verordening een sanctie van € 11,- per kg Fosfaat

Wat kunnen wij u bieden?
·         Berekenen van de verwerkingsplicht 2015
·         Bemiddeling in VVO’s met bijbehorende administratieve afhandeling tussen overdrager – overnemer en digitale registratie bij het RVO
·         Een antwoord op de vraag hoeveel grond dient u feitelijk  in 2016 in gebruik te hebben, en of er ruimte is om eventueel hectares te verhuren, bijvoorbeeld bloembollen, aardappelen, of groenten.
·         Desgewenst bemiddeling in grondgebruik!

Coen Knook       06-13553970
Arjan Zant          06-83179441
Mad Koorn         06-53735942

dinsdag 11 augustus 2015

Belangrijk nieuws voor de veehouderij



Blijf bij de feiten:

In de media en tijdens de zonovergoten landbouw tentoonstelling van Opmeer 3 augustus jl. is ons opgevallen dat  aankomende fosfaatrechten de gemoederen flink bezig houden. Referentiejaar 2014? Peildatum 2 juli 2015? Fosfaatrechten zullen een behoorlijke impact hebben op de sector en op uw bedrijf, echter het is nu vooral een politieke discussie, vooral over de invulling daarvan. Het is nu nog onduidelijk hoe dit er voor elk bedrijf afzonderlijk uit gaan zien. Blijf daarom de komende maanden bij de feiten en focus vooral op de twee vragen waar u dit najaar een antwoord op moet hebben:
·         mestverwerkingsplicht 2015: Heeft mijn bedrijf nog een mestverwerkingsverplichting, en hoe vul ik deze in?
·         Grondgebondenheid vanaf 2016. Hoeveel hectare moet er in 2016 onder mijn bedrijf liggen, en kan ik nog wel grond verhuren, of moet er grond bij, of juist de melkveeproductie inperken??
Mestverwerkingsplicht 2015 in twee stappen te berekenen:

Stap 1: Van het bedrijfsoverschot fosfaat ( productie minus plaatsingsruimte) 2015 dient u een percentage te verwerken. Hoe hoog dit percentage is, is afhankelijk van waar uw bedrijf gevestigd is. Het percentage is verdeeld in 3 regio’s:
-          Regio Zuid = 50%
-          Regio Oost = 30%
-          Regio Overig = 10%
Er geldt een vrijstelling voor verwerking in de volgende situaties: 
- biologische bedrijven;
       - bedrijven met 90% fosfaatproductie op stromest;
       - bedrijven die regionaal(binnen 20 kilometer) hun volledige bedrijfsoverschot afzetten waarbij ze    75% van de totale productie kunnen plaatsen op het eigen bedrijf;
       - bedrijven waar de verwerkingsplicht na berekening beneden de 100 kg fosfaat(ondergrens) ligt. 
        Stap 2: Melkveefosfaatoverschot in 2015 t.o.v. 2013 verplicht verwerken
Nieuw in 2015 is dat u uw melkveefosfaatoverschot van 2015 t.o.v. van 2013 voor 100% dient te verwerken. Het betreft hier alleen om het fosfaat afkomstig van  de diersoorten met code 100(melkkoe), code 101(jongvee < 1jaar) en code 102(jongvee > 1jaar).

Voor een juiste berekening van uw totale verwerkingsplicht te kunnen maken dient u onderstaande vragen te beantwoorden
Wat is mijn bedrijfsoverschot in 2015?
Wat is mijn melkveefosfaatoverschot in 2015?
Wat is mijn melkveefosfaatreferentie?

De Dijken agrarisch advies beschikt over eenvoudige berekeningen om voor u inzichtelijk te maken of, en hoeveel u dient te verwerken. Vervolgens kunnen wij u helpen deze verplichtingshoeveelheid in te vullen. Dit kan  door afzet van het totale bedrijfsoverschot in de regio, of door de mestverplichting af te kopen middels een Vervangende Verwerkings Overeenkomst (VVO)
Indien een regionale mestverwerkingsovereenkomst (RMO) geen optie is dan is een vervangende verwerkingsovereenkomst(VVO) het meest voor de hand liggend om aan uw verwerkingsplicht te voldoen.

Grondgebondenheid vanaf 1 januari 2016
De AMvB Grondgebondenheid gaat in per 1 januari 2016 en beperkt de mogelijkheden om uitsluitend uit te breiden in combinatie met 100% mestverwerking. Een deel van de uitbreiding(stijging fosfaatproductie) zal gepaard moeten gaan met uitbreiding van de hectares grond in gebruik(groei plaatsingsruimte). Er zijn drie staffels opgesteld die aangeven welk percentage van de uitbreiding verwerkt moet worden en voor welk percentage extra grond in gebruik genomen moet worden.
Overschot kg fosfaat per hectare
Mestverwerking
Extra grond in gebruik
 < 20 kg
100%
0%
20 – 50 kg
75%
25%
> 50 kg
50%
50%

Indien er sprake is van een bedrijfsoverschot komt u afhankelijk van de hoogte van het bedrijfsoverschot in kg fosfaat per hectare, met uw bedrijf in een bepaalde staffel terecht. Zie de tabel hierboven. De tabel maakt duidelijk dat des te intensiever het melkveebedrijf, des te hoger het percentage aan extra te verwerven grond is om de uitbreiding in fosfaatproductie te mogen realiseren en des te lager het percentage van mest die verwerkt mag worden.
De fosfaatproductie van 2014 geldt als referentie. Produceert uw bedrijf in 2016 dus meer fosfaat  en/of is de plaatsingsruimte gedaald ten opzichte van 2014 (minder hectares, en/of lagere fosfaatnormen per hectare) en komt u daardoor uit op een overschot > 20 kg fosfaat, dan dient u rekening te houden met de AMvB.
Heeft u voor 2016 een bepaalde hoeveelheid productie voor ogen dan is het van belang dat u exact weet hoeveel hectare grond daar bij hoort, en u dus dient op te geven bij de gecombineerde opgave van 2016. Achteraf plaatsingsruimte corrigeren na 15 mei 2016 kan dus niet!
De AmvB Grondgebondenheid heeft dus vergaande gevolgen voor uw grondgebruik vanaf 2016 inclusief uw gebruikelijke huur en verhuur van grond! Weet dus waar u staat, en laat u niet verassen!
Voor het niet (volledig) voldoen en verantwoorden van het bedrijfsoverschot fosfaat staat in de verordening een sanctie van € 11,- per kg Fosfaat

Wat kunnen wij u bieden?
·         Berekenen van de verwerkingsplicht 2015
·         Bemiddeling in VVO’s met bijbehorende administratieve afhandeling tussen overdrager – overnemer en digitale registratie bij het RVO
·         Een antwoord op de vraag hoeveel grond dient u feitelijk  in 2016 in gebruik te hebben, en of er ruimte is om eventueel hectares te verhuren, bijvoorbeeld bloembollen, aardappelen, of groenten.
·         Desgewenst bemiddeling in grondgebruik!

Coen Knook       06-13553970
Arjan Zant          06-83179441
Mad Koorn         06-53735942