woensdag 18 december 2019

Aanpassing diernormen meststoffenwet grotendeels uitgesteld.


Het opschorten van de invoering betekent waarschijnlijk alleen uitstel. De kans is groot dat de maatregelen op een later moment, eventueel aangepast, alsnog worden ingevoerd. De volgende wijzigingen gaan vooralsnog niet door:
·         De voorgestelde forfaits voor melkkoeien met een melkproductie hoger dan 10.624 kg melk.
·         De wijziging van de standaard melkproductie van zelfzuivelaars.
·         De wijziging van de omschrijving van de diercategorieën 100 en 120 (invoering 12 maanden-termijn).
·         De wijziging van de forfaits voor vleesvee incl. de voorgestelde omschrijvingen.
·         De wijziging van de forfaits voor biologisch gehouden dieren. De voorgestelde wijziging voor biologische melkgeiten en schapen wordt wel doorgevoerd.
De minister geeft in haar brief aan dat de voorgestelde actualisatie van de forfaits voor melkvee (veelal een verlaging) alleen door kan gaan, indien het aantal fosfaatrechten zich onder het sectorplafond bevindt. Waarschijnlijk geldt dit ook voor de voorgestelde uitbreiding van de tabel met staffels lager dan 5.624 kg melk.
Pas aan het einde van het jaar zal duidelijk zijn of het aantal fosfaatrechten onder het sectorplafond is terechtgekomen. Dit betekent dat pas aan het einde van dit jaar duidelijk is of actualisatie van de melkveeforfaits doorgaat.

Stikstof problematiek.


En nog steeds (eind november) is er veel onduidelijkheid hoe het verder gaat met de stikstofproblematiek. Welke maatregelen staat de sector nog te wachten naast de maatregelen die op 13 november zijn gepresenteerd. Worden de voorstellen van het landbouwcollectief dat op 20 november is gepresenteerd door de minister overgenomen? De impact op uw bedrijf door de maatregelen die genomen worden zullen veelal afhankelijk zijn van de mate waarin uw bedrijf een stikstofdepositie heeft richting het dichtstbijzijnde natuurgebied.
Ook is veel afhankelijk van uw huidige natuurvergunning en de datum dat deze is afgegeven. Veel vergunningen zullen opnieuw moeten worden gelegaliseerd. Dit kan echter uitsluitend nadat er eerst ruimte is gecreëerd . Hieronder een opsomming van verschillende vergunning situaties.
Natuurvergunning vóór PAS (1-7-2015)
·         Blijft in stand
·         Realisatie latente ruimte is mogelijk
Natuur vergunning onder PAS
·         Blijft in stand
·         Intrekken latente ruimte is mogelijk, indien niet binnen 2 jaar gerealiseerd
·         stal capaciteit (minister) en aanwezige dieren (provincie) is bepalend.
Geen vergunning
dan is in principe uw toestemming is vervallen en wordt er vervolgens gekeken naar uw dierbezetting op  referentiedatum van aanwijzen natura 2000 gebieden
·         7 december 2004 = habitat richtlijnen gebied
·         10 juni 1994 = vogel richtlijngebied

Bemestingsplan 2020, Derogatie en Fosfaatplanning


In december is het tijd om goed na te denken waar uw bedrijf staat met haar mestboekhouding voor het jaar 2020. Heeft u genoeg grond in gebruik om alle mest te kunnen plaatsen? Zo niet, denk alvast na over eventuele mestafzet of extra hectares grond in 2020. In januari staat Coen Knook Advies voor u klaar om de definitieve eindvoorraden te berekenen voor 2019 en door te geven aan RVO en maken we met u een eerste prognose voor 2020. Wanneer u gebruik gaat maken van de Derogatievergunning 2020? zorg er dan voor dat de grondmonsters die u heeft nog geldig zijn voor komend jaar. Indien u nog nieuwe geldige grondmonsters moet hebben, kunnen deze gestoken worden tot 1 februari 2020.
Houdt ook in de gaten dat uw gemiddelde aantal dieren in de categorie 100, 101 en 102 overeenkomt met uw beschikbare fosfaatrechten. Zorg dat dit kloppend is. Het houden van dieren in de genoemde categorie zonder beschikbare fosfaatrechten wordt namelijk gezien als een economisch delict met alle gevolgen van dien. Dit moet kloppend zijn voor 1 januari 2020.
Maak tijdig een planning en werk die regelmatig bij wanneer er wijzigingen zijn. Zowel Bemestingsplan, Derogatie en Fosfaatplanning worden langzamerhand steeds complexere berekeningen. Wij beschikken over de juiste rekentools welke altijd up-to-date zijn aan de laatste wijzigingen in de wet en regelgeving.

Betalingen vanuit Gemeenschappelijk Landbouwbeleid


Vanaf 1 december is RVO begonnen met het uitbetalen van de Betalingsrechten. RVO wil deze maand 95% van de dossiers hebben afgerond! De basispremie is dit jaar € 262,91 Wanneer u voldoet aan de vergroeningseisen ontvangt u bovenop de basispremie € 113,71 aan vergroeningspremie. Doordat het landelijke en Europese budget niet helemaal toereikend is om alles volledig uit te betalen, bedraagt de plafondkorting dit jaar 1,432635%.
Wanneer er onjuistheden in deze uitbetalingen zitten, of u bent het niet eens met bijvoorbeeld een extra korting die is opgelegd, dan heeft u tot 6 weken na dagtekening van de beslissing de tijd om een bezwaarschrift in te dienen.
Wanneer u afgelopen jaar betalingsrechten had gehuurd of verhuurd en u wilt deze met elkaar verrekenen, dan kunnen wij voor u een berekening maken.

Eindberekening Gebruiksnormen 2019


Heeft u exact in beeld of u in 2019 binnen de gebruiksnormen bent gebleven? Voorkom dan ook verassingen en maak voor het eind van het jaar uw gebruiksnormenberekening compleet. Mocht blijken dat u teveel fosfaat uit dierlijke mest heeft aangevoerd, dan kunt u voor bouwland deze nog tot max. 20kg per hectare verrekenen met 2020. U dient dit dan wel voor 1 januari bij RVO te melden. Let wel op dat u slechts eenmaal per twee jaar gebruik mag maken van deze verrekening.

Fosfaatklassen – normen 2020


Vanaf 1 januari gelden er nieuwe fosfaatklassen voor bouwland en grasland om de normen te bepalen. Nieuw is dat er een extra klasse tussen is gekomen. De klasse neutraal is vanaf nu opgesplitst in “Neutraal” en “Ruim”. Tegelijkertijd zijn er voor de verschillende klasse nieuwe normen vast gesteld. Het opvallendste hierbij is dat bij de klasse “Hoog” voor bouwland nu een norm geldt van 40 kg Fosfaat in plaats van 50 kg. Deze norm geldt dus ook voor u wanneer u geen (geldig) grondmonster heeft. Het bemonsteren van uw percelen wordt dan ook steeds aantrekkelijker en belangrijker
Controleer tijdig uw huidige grondonderzoeken op geldigheid. Voor 2020 geldt dat deze niet ouder mogen zijn dan 15 mei 2016.
Wilt u gebruikmaken van de normen in de klasse “Arm” dan dient u in het bezit te zijn van een gestratificeerd grondonderzoek.
                             Fosfaatklassen - normen 2020


         Grasland
         Bouwland

Fosfaatklassen
PAL-getal
Norm1
Pw-getal
Norm1
Arm
< 16
120 (120)
< 25
120 (120)
Laag
16 - 26
105 (100)
25 - 35
80 (75)
Neutraal
27 - 40
95 (90)
36 - 45
70 (60)
Ruim
41 - 51
90 (90)
46 - 55
60 (60)
Hoog
> 50
75 (80)
> 55
40 (50)
1) De norm tussen haakjes is de huidige norm (2019)

woensdag 28 augustus 2019

PAS ongeldig voor vergunningen


PAS ongeldig voor vergunningen
Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het Programma Aanpak Stikstof ongeldig verklaard.
Toestemmingverlening zonder PAS
Wilt u een activiteit ondernemen waarbij mogelijk stikstof terechtkomt in een Natura 2000-gebied? Zoals het uitbreiden van een veehouderij, de nieuwbouw van woningen of industriële activiteit? Dan kunt u geen natuurvergunning meer aanvragen via het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Zolang er geen nieuwe aanpak voor stikstof is, kunt u wel op andere manieren een natuurvergunning aanvragen.
Om een vergunning te kunnen krijgen moet u zeker zijn dat de hoeveelheid stikstof (stikstofdepositie) die u gaat produceren met de uitbreiding van uw bedrijf in Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dit kunt u berekenen door gebruik te maken de Aerius Calculator. Er komt binnenkort een nieuwe versie van AERIUS Calculator beschikbaar. Hiermee berekent u de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden.  Volgt er uit de berekening een toename in stikstofdepositie dan kan deze toename voorkomen worden door intern of extern salderen. Wat houdt het intern en extern salderen nu eigenlijk in?
Intern salderen
Intern salderen betekent dat u het voorgenomen project zo aanpast, dat de stikstofuitstoot vermindert of gelijk blijft. Een voorbeeld: u heeft één stal en wilt op de bedrijfslocatie uitbreiden naar twee stallen. Samen produceren de stallen meer stikstof dan voorheen. Neemt u in de bestaande stal maatregelen waardoor de hoeveelheid stikstofdepositie van beide stallen samen op geen enkele locatie in een Natura 2000-gebied toeneemt, dan kunt u een vergunning krijgen. Dit kan bijvoorbeeld door een luchtwasser te installeren, dat meer ammoniak uit de lucht haalt.

Extern salderen(voorheen ammoniakrechten)
Door extern salderen blijft de stikstofdepositie (stikstofneerslag) in een bepaald gebied gelijk of neemt af. Door extern salderen wordt de toename van stikstofdepositie in een bepaald gebied door een activiteit weggenomen doordat een andere activiteit wordt gestopt. Een voorbeeld: u wilt een bedrijf starten, wijzigen of uitbreiden waardoor meer stikstofdepositie ontstaat. Een ander bedrijf in de buurt stopt. U kunt onder strikte voorwaarden de ruimte die daardoor is vrijgekomen om stikstof uit te stoten overnemen en gebruiken voor oprichting van een nieuw bedrijf of uitbreiding van uw bestaande bedrijf.
Ecologische onderbouwing
Neemt de stikstofdepositie ondanks het intern en extern salderen alsnog toe? Dan kunt u wellicht uw activiteit ecologisch onderbouwen. U kunt een natuurvergunning krijgen wanneer u aantoont dat de extra stikstofdepositie die uw project veroorzaakt de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet aantast. Dit heet een ecologische onderbouwing.
ADC-toets
Kan niet worden uitgesloten dat uw activiteit het Natura 2000-gebied kan aantasten, ook als u maatregelen treft om dit zoveel mogelijk te voorkomen? Mogelijk kan uw project toch toestemming krijgen via een ADC-toets.
U moet dan aantonen dat:
·         (A) er geen alternatieven met minder schadelijke effecten in Natura 2000-gebied zijn;
·         (D) uw activiteit een dwingende reden dient van groot openbaar belang;
·         (C) de schade aan de natuur gecompenseerd wordt.
Dwingende redenen van groot openbaar belang zijn onder meer:
·         menselijke gezondheid;
·         openbare veiligheid;
·         of voor het milieu belangrijke gunstige effecten.
Alleen na advies van de Europese Commissie kunnen ook andere argumenten worden aangevoerd. Dwingende redenen van sociaaleconomische aard (zoals werkgelegenheid, economische ontwikkeling, bereikbaarheid) moeten dus met de Europese Commissie worden afgestemd.

h